Vreemdelingenrecht

Zuid-Afrika als veilig derde land. Niet in geschil is dat eiseres banden heeft met Zuid-Afrika en toegang…

Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.23309 en NL26.23310
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:23081
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zuid-Afrika als veilig derde land. Niet in geschil is dat eiseres banden heeft met Zuid-Afrika en toegang heeft tot Zuid-Afrika. Wel in geschil is of Zuid-Afrika als veilig derde land voor eiseres kan worden aangemerkt. De rechtbank kan de minister volgen in diens conclusie dat Zuid-Afrika in algemene zin als veilig kan worden aangemerkt. De rechtbank is hiernaast van oordeel dat de minister in het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat Zuid-Afrika voor eiseres een veilig derde land is. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.23309 (beroep)

NL26.23310 (voorlopige voorziening)


V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedag] 1975, van Zimbabwaanse nationaliteit, hierna: eiseres

(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. G. Erdal).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 7 april 2026 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

2.1.

De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 23 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, H. Abudulla als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Juridisch kader

3. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact inwerking getreden. In dat kader is de Vw en het Vb met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid, onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de oude artikelen van de Vw en het Vb op de aanvraag van eiseres van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026.

3.1.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of Zuid-Afrika een veilig derde land is voor eiseres. Daarbij is het volgende toetsingskader van belang. Allereerst moet worden beoordeeld of er een zodanige band met Zuid-Afrika bestaat dat het redelijk voor eiseres is om naar Zuid-Afrika te gaan. Vervolgens moet worden beoordeeld of eiseres toegang kan krijgen tot Zuid-Afrika. Tot slot moet worden beoordeeld of Zuid-Afrika een veilig derde land is. Voor de toepassing van het begrip veilig derde land is vereist dat de bevoegde autoriteiten zich ervan hebben vergewist dat een persoon die om internationale bescherming verzoekt in het betrokken derde land overeenkomstig de genoemde beginselen uit artikel 3.106a van het Vb, zal worden behandeld.

Het asielrelaas

4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag.

4.1.

Eiseres woont sinds 2010 met haar echtgenoot in Zuid-Afrika, waar zij een tijdelijke verblijfsstatus heeft die voor verlenging in aanmerking komt. Haar echtgenoot is Zimbabwaans, maar heeft ook een Zuid-Afrikaans paspoort. Eiseres en haar echtgenoot hebben samen twee kinderen (een tweeling).

4.2.

Eiseres stelt dat zij sinds 2020 door haar man wordt mishandeld. Volgens eiseres is de reden hiervoor dat het, sinds het krijgen van de tweeling, niet meer is gelukt om kinderen te krijgen. Eiseres wordt regelmatig geslagen. Hiernaast is zij door haar echtgenoot twee keer zwaar mishandeld. De eerste keer was tijdens een familiebezoek in Zimbabwe in april 2025. Eiseres is toen door haar echtgenoot bij de keel gegrepen, waarbij hij geprobeerd heeft om haar te laten stikken. Ook heeft hij haar geduwd en geschopt. De volgende dag werd eiseres wakker in het ziekenhuis en heeft ze geprobeerd aangifte te doen bij een politiebureau in Zimbabwe. Op het politiebureau is eiseres in eerste instantie uitgelachen. Uiteindelijk is het haar toch gelukt om aangifte te doen, maar werd er niets met haar aangifte gedaan. De tweede zware mishandeling vond plaats in Zuid-Afrika in januari 2026. Eiseres is toen door haar echtgenoot geslagen en opnieuw heeft hij geprobeerd om haar te wurgen. Hij heeft haar toen ook bedreigd en gezegd hij haar zou vermoorden, in de kofferbak zou stoppen en dat niemand achter haar dood zou komen. Eiseres werd wakker in het ziekenhuis en heeft aangifte gedaan. Toen ze de politie vertelde dat haar man uit Zuid-Afrika komt, omdat hij Zuid-Afrikaanse documenten heeft, wilde de politie haar echter niet helpen. Eiseres heeft nog een aantal keer met een sociaal werker gesproken, maar die vertelde haar dat, omdat eiseres uit Zimbabwe komt, anderen voorrang zouden krijgen. Andere hulporganisaties heeft eiseres niet kunnen vinden. Eiseres krijgt geen steun van haar (schoon)familie, die huiselijk geweld als normaal beschouwt. Eiseres heeft na deze zware mishandelingen besloten om te vluchten. Bij terugkeer naar Zimbabwe en Zuid-Afrika, vreest zij dat haar man haar zal vinden en haar zal vermoorden.

Het bestreden besluit

5. De minister heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw omdat de minister Zuid-Afrika voor eiseres als veilig derde land beschouwt.

5.1.

Eiseres heeft namelijk banden met Zuid-Afrika en het is aannemelijk dat zij opnieuw tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten. Daarnaast kan Zuid-Afrika in algemene zin als veilig derde land worden aangemerkt omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat dat in haar geval niet zo is, aldus de minister. Zowel de stelling dat de echtgenoot van eiseres haar zou willen vermoorden, als de stelling dat hij haar overal in Zuid-Afrika zou kunnen vinden, is niet concreet gemaakt en vooral op vermoedens gebaseerd. Daarbij vindt de minister het van belang dat eiseres na de zware mishandelingen weer naar haar echtgenoot is teruggekeerd. Dit maakt dat de vrees van eiseres dat zij bij terugkeer zal worden gedood volgens de minister niet aannemelijk is.

5.2.

Ook vindt de minister het niet aannemelijk dat eiseres in Zuid-Afrika geen bescherming kan krijgen. Volgens de minister heeft eiseres niet alle relevante informatie aan de politie gegeven, onder andere over de Zimbabwaanse nationaliteit en identiteit van haar echtgenoot. Als zij dat wel had gedaan, dan had eiseres mogelijk wel bescherming gekregen. Ook wordt eiseres verweten dat, toen de aangiftes niet hielpen, zij geen serieuze stappen heeft gezet om hulp te krijgen, terwijl dat gelet op haar zelfstandigheid wel van haar kon worden verwacht. Dat eiseres als Zimbabwaanse vrouw in Zuid-Afrika extra risico loopt vanwege xenofobie, is niet aannemelijk gemaakt. Hierdoor is niet gebleken dat sprake is van een schending van artikel 3 van het EVRM.

Zuid-Afrika als veilig derde land voor eiseres

6. Niet in geschil is dat eiseres banden heeft met Zuid-Afrika en toegang heeft tot Zuid-Afrika. Wel in geschil is of Zuid-Afrika als veilig derde land voor eiseres kan worden aangemerkt.

6.1.

Eiseres betoogt – samengevat – dat haar asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Anders dan de minister stelt, is Zuid-Afrika voor haar geen veilig derde land en bestaat er een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM. Eiseres is slachtoffer geworden van ernstig fysiek en geestelijk huiselijk geweld en (een poging tot) femicide en het risico is reëel dat zij bij terugkeer hier weer aan zal worden blootgesteld.

6.2.

De rechtbank kan de minister volgen in diens conclusie dat Zuid-Afrika in algemene zin als veilig kan worden aangemerkt. In de besluitvorming is voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres in Zuid-Afrika volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb behandeld zal worden. De minister heeft van belang kunnen achten dat Zuid-Afrika partij is bij het Vluchtelingenverdrag en andere relevante mensenrechtenverdragen en dat huiselijk geweld wettelijk wordt bestreden.

6.3.

Dit ligt anders ten aanzien van de vraag of Zuid-Afrika voor eiseres persoonlijk ook een veilig derde land is. De minister werpt eiseres tegen dat haar verklaringen op belangrijke punten zijn gebaseerd op vermoedens en dat de omstandigheid dat eiseres na haar mishandelingen naar haar echtgenoot is teruggekeerd, afdoet aan de aannemelijkheid en ernst van de door eiseres gestelde vrees dat hij haar bij terugkeer zal doden. De rechtbank kan de minister hier niet in volgen. Eiseres heeft gemotiveerd toegelicht dat zij slachtoffer is geworden van ernstig huiselijk geweld, waaronder wurging, en dat haar echtgenoot gedreigd heeft haar te vermoorden. Dit heeft zij zowel met medische stukken als aangiftes onderbouwd. Daarbij is het een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van huiselijk geweld vaak blijven terugkeren naar de dader voordat zij (psychisch) in staat zijn de dader te verlaten. Dat eiseres na haar mishandelingen naar haar echtgenoot is teruggekeerd, doet naar het oordeel van de rechtbank dus niet af aan de ernst van het door eiseres gestelde geweld.

6.4.

De rechtbank is hiernaast van oordeel dat de minister in het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het aannemelijk is dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten bescherming zullen bieden aan eiseres. Uit de door eiseres overgelegde rapporten van United Nations Women en Human Rights Watch volgt onder meer dat, ondanks vooruitstrevende wetten van Zuid-Afrika om de rechten van vrouwen te beschermen, het misbruik tegen vrouwen blijft toenemen. Ook blijkt uit deze landeninformatie dat de overheid de wet niet effectief handhaaft, dat vrouwen die aangifte doen vaak niet kunnen rekenen op bescherming en dat er een tekort is aan opvanghuizen voor vrouwen. Tegen deze achtergrond heeft de minister ontoereikend gemotiveerd dat het aannemelijk is dat eiseres deze bescherming wel zou krijgen als de autoriteiten hadden geweten dat de echtgenoot van eiseres (van origine) Zimbabwaans is. Eiseres heeft hiernaast toegelicht dat zij, door xenofobie, als Zimbabwaanse vrouw extra risico loopt en minder bescherming krijgt. Het is niet gebleken dat de minister deze informatie betrokken heeft in diens onderzoek naar de vraag of Zuid-Afrika voor eiseres als veilig land kan worden beschouwd.

6.5.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De minister heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht en gemotiveerd dat Zuid-Afrika voor eiseres een veilig derde land is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen. De minister dient daarbij alle door eiseres overgelegde documenten en bronnen kenbaar te betrekken, alsmede wat hiervoor door de rechtbank is overwogen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

7.1.

Nu er uitspraak is gedaan in het beroep, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

7.2.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.23309,

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt het bestreden besluit van 23 april 2026;

  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.23310,

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

in beide zaken:

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.A. Bavinck, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000. Vreemdelingenbesluit 2000. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. United Nations Women (25 november 2025). South Africa’s G20 Women’s Shutdown – a turning point for ending gender-based violence and femicide? Human Rights Watch (4 februari 2026). World Report 2026; South Africa. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres de volgende documenten overgelegd:
(1) Muzuva, P. (2025). Misery in a Foreign Land: Zimbabwean Migrant Women Labourers’ Experiences of Gender Based Violence in South Africa. International Journal of Research and Innovation in Social Science, 9(5), 3170-3177 en
(2) Bradley, K. (2024). Barriers to gender-based violence care: a qualitative study of migrant and refugee women [Masterscriptie, University of Cape Town]. Open UCT.