Vreemdelingenrecht
Verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep. Verweerder heeft niet gereageerd op vraag of hij zich…
Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:23113 · Rechtbank Den Haag · 17 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-23113
Zaakgegevens
Op 17 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2026
- Datum publicatie
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.25626
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23113
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep. Verweerder heeft niet gereageerd op vraag of hij zich tegen de gevraagde voorziening verzet. Verzoek toegewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.25626
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster],
geboren op [geboortedag] 2016, van Braziliaanse nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. N. den Ouden),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 29 juli 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw afgewezen.
Bij besluit van 14 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, strekkende tot het verbieden van haar uitzetting totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Dit verzoek wijst de voorzieningenrechter toe.
2. Het verzoek om een voorlopige voorziening strekt ertoe te bepalen dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Verzoekster heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat zij niet rechtmatig verblijft in Nederland en dat in het geval zij zou worden uitgezet naar Brazilië een medische noodsituatie zal ontstaan.
3. De voorzieningenrechter heeft de minister bij bericht van 31 juli 2026 verzocht om haar binnen één week mee te delen of hij zich tegen de gevraagde voorlopige voorziening verzet. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
4. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft gereageerd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de minister zich niet verzet tegen de gevraagde voorziening. Omdat de voorzieningenrechter ook verder geen beletsel ziet dat zich tegen toewijzing van de gevraagde voorziening verzet, zal zij dit verzoek dan ook als kennelijk gegrond toewijzen. Als het beroep wordt ingetrokken of anderszins wordt beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in de zin dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.