Vreemdelingenrecht
BNT - asiel - verzet – hoogte dwangsom - ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:23197 · Rechtbank Den Haag · 17 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-23197
Zaakgegevens
Op 17 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.45092
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23197
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT - asiel - verzet – hoogte dwangsom - ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45092 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante]
, opposante
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: [gemachtigde]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 juni 2026 in het geding tussen
opposante, tevens eiseres in beroep
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder in beroep
Feiten en overwegingen
1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 12 juni 2026 waarin de rechtbank het beroep van opposante gegrond heeft verklaard.
2. De rechtbank heeft bij genoemde uitspraak het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiseres in beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50 per dag waarmee bedoelde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
3. Het verzet richt zich tegen uitsluitend tegen de hoogte van de aan de uitspraak verbonden dwangsom. Opposante komt niet op tegen de kennelijke gegrondverklaring van het beroep. Opposante voert aan dat de rechtbank niet voldoende heeft gemotiveerd waarom aan de uitspraak een verlaagde rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van €15.000 is verbonden. In het bijzonder noemt opposante dat, gelet op het feit dat een opvolgend beroep pas ingediend kan worden nadat de maximale dwangsom van €15.000 is volgelopen, en de rechtbank niet voor het vollopen van deze dwangsom nogmaals uitspraak zal doen, verweerder nog 315 dagen de tijd heeft om te beslissen op de aanvraag van opposante. Opposante is derhalve van mening dat thans geen afdoende financiële prikkel voor de minister bestaat om de behandeling van het asielverzoek ter hand te nemen.
4. De rechtbank sluit voor het opleggen van een rechterlijke dwangsom bij beroepen niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken aan bij de aanbeveling van 21 mei 2026 van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht (LOVB). Gezien de grote achterstanden bij verweerder en het gebrek aan weigerachtigheid om binnen de termijn te beslissen, kan niet geconstateerd worden dat het verhogen of verlagen van de dwangsommen tot een zwaardere financiële prikkel zal leiden. Hiermee bestaat er geen aanleiding om af te wijken van de aanbeveling van het LOVB.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 17 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op: