Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening. Mvv-sticker. Geen spoedeisend belang. Verzoek afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 19 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Datum publicatie
20 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.21136
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:23399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Mvv-sticker. Geen spoedeisend belang. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.21136

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster],

geboren op [geboortedag] 1984, van Indiase nationaliteit, verzoekster,

(gemachtigde: mr. J. Werner),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. V.J.C.M. Tielemans).

Samenvatting

1. De minister heeft geweigerd om aan verzoekster een mvv-visumsticker te verlenen. Verzoekster is het daar niet mee eens. Na de bezwaarprocedure heeft zij hiertegen beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de minister haar hangende de beroepsprocedure moet behandelen als ware zij in het bezit van een mvv en haar zodoende moet toestaan om Nederland in te reizen en haar beroepsprocedure in Nederland af te wachten.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de beroepsprocedure.

Procesverloop

2. In de bezwaarprocedure over de aanvraag voor een mvv van verzoekster heeft de minister op 10 september 2025 de beschikking afgegeven dat verzoekster binnen 3 maanden een mvv-visumsticker kan ophalen bij de Nederlandse ambassade in New Delhi. Verzoekster voldoet namelijk aan alle voorwaarden voor afgifte van een mvv voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’.

2.1.

Verzoekster heeft zich na het verlopen van de 3-maandentermijn op 16 december 2025 bij de Nederlandse ambassade in New Delhi gemeld en haar is vanwege het verstrijken van de 3-maandentermijn de mvv-visumsticker geweigerd.

2.2.

Verzoekster heeft tegen deze weigering op 23 december 2025 bezwaar gemaakt. Met het besluit van 11 maart 2026 heeft de minister dit bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

2.3.

Op 17 maart 2026 heeft verzoekster tegen dit besluit beroep ingesteld.

2.4.

Op 14 april 2026 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

2.5.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster, de echtgenoot van verzoekster, zijn moeder en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het griffierecht

3. De voorzieningenrechter stelt verzoekster in deze procedure vrij van de verplichting tot het betalen van griffierecht.

Toetsingskader

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.

4.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gevraagde voorlopige voorziening verstrekkend is in die zin dat toewijzing van het verzoek gevolgen met zich meebrengt die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. Als de voorzieningenrechter het verzoek nu toewijst, zal verzoekster namelijk Nederland in kunnen reizen. Daarom wijst de voorzieningenrechter een verzoek als deze alleen toe als een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noodzaakt en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het in beroep bestreden besluit.

Spoedeisendheid

5. Verzoekster voert aan dat haar aanvraag voor gezinshereniging bij haar echtgenoot is ingewilligd en dat de weigering om haar toch een mvv te verlenen het nuttig effect ontneemt aan dit besluit. Naarmate dit langer duurt, des te ernstiger dit wordt. Dit op zichzelf maakt het tot een urgente kwestie. Daarnaast voert verzoekster aan dat zij intrekking riskeert zolang zij niet bij haar echtgenoot in Nederland kan wonen. Het niet hebben van haar hoofdverblijf in Nederland en het niet samenwonen met haar echtgenoot zijn immers potentiële intrekkingsgronden. Ook riskeert zij dat zij niet op tijd kan inburgeren. Het gevolg hiervan - in combinatie met de trage doorlooptijden in beroepsprocedures - is dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij het snel toegelaten worden tijdens de beroepsprocedure, zodat zij zodoende aan de voorwaarde kan (blijven) voldoen van haar recht op verblijf bij haar echtgenoot.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang dat ertoe noodzaakt om verzoekster Nederland in te laten reizen of dat sterk moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit dat in beroep voorligt. De voorzieningenrechter motiveert dit oordeel als volgt.

6.1.

Niet gebleken is dat er een zwaarwegend spoedeisend belang is dat ertoe noodzaakt om verzoekster hangende beroep Nederland in te laten reizen.

6.2.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster 3 maanden de tijd heeft gehad om de mvv-sticker op te halen en dit niet heeft gedaan. Ter zitting is toegelicht dat dit een samenloop van omstandigheden is geweest. De moeder van de echtgenoot van verzoekster is ziek en dat brengt voor hem veel spanningen met zich. Uiteindelijk heeft dit ook voor spanningen gezorgd in het huwelijk van verzoekster en haar echtgenoot. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in eerste instantie aan verzoekster was om de sticker binnen 3 maanden op te halen en dat het niet de minister is geweest die verzoekster de mvv geweigerd heeft. Het bezwaar van verzoekster was nu juist gegrond verklaard en zij had bij haar echtgenoot in Nederland kunnen gaan wonen als zij binnen 3 maanden de sticker had opgehaald. Sindsdien zijn er geen omstandigheden opgekomen die maken dat er op dit moment een spoedeisend belang is.

6.3.

De weigering van de sticker na verloop van de 3-maandentermijn is gebaseerd op het besluit van 10 september 2025 en daarin is de termijn van 3 maanden opgenomen op grond van artikel 2r van de Vw. Gelet hierop neemt de voorzieningenrechter niet zonder meer aan dat het bestreden besluit van 11 maart 2026 evident onjuist is. Deze procedure leent zich niet voor de inhoudelijke beoordeling ervan.

6.4.

Verder ziet de voorzieningenrechter niet in dat verzoekster het gevaar loopt op intrekking van haar vergunning aangezien zij nog geen vergunning heeft. Ook geldt dat trage doorlooptijden in beroepsprocedures op zichzelf geen reden zijn voor het aannemen van spoedeisend belang.

Conclusie

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dit betekent dat verzoekster niet hangende de beroepsprocedure Nederland mag inreizen.

8. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Machtiging tot voorlopig verblijf. Verzoekster verwijst naar artikel 18 eerste lid, onder a en f van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 19 van de Vw juncto artikel 3.17 van het Vreemdelingenbesluit 2000.