Vreemdelingenrecht

Verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening, zodat de beroepen mogen worden afgewacht in…

Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 31 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
31 augustus 2026
Datum publicatie
1 september 2026
Zaaknummer
NL26.18465 en NL26.18467
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25083
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening, zodat de beroepen mogen worden afgewacht in Nederland. De verzoeken worden afgewezen, omdat al op de beroepen is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.18465 en NL26.18467


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker], verzoeker,

[verzoekster], verzoekster,

V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2],

samen genoemd verzoekers,

(gemachtigde: mr. H. Meijerink),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen).

Procesverloop

Met de bestreden besluiten van 1 april 2026 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen.


Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de beroepen, op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, mevrouw E.E.H. Willems als tolk en verweerder.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.18464 en NL26.18466, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Geregistreerd onder zaaknummers NL26.18464 en NL26.18466