Vreemdelingenrecht
Plakvovo bij NL26.43367 en NL26.43369
Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:25189 · Rechtbank Den Haag · 25 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-25189
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Datum publicatie
- 2 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.43368 en NL26.43370
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo bij NL26.43367 en NL26.43369
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.43368 en NL26.43370
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker,
mede voor zijn minderjarige zoon [kind], en
[verzoekster] , V-nummer [V-nummer 2], verzoekster,
gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).
Samenvatting
Bij de besluiten van 24 juli 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.43367 en NL26.43369, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.