Vreemdelingenrecht
Verzoek tot proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:25400 · Rechtbank Den Haag · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-25400
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 3 september 2026
- Zaaknummer
- NL25.46566
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25400
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46566
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: R.C. de Goede).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten.
2. Verzoeker heeft op 24 november 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze asielaanvraag ingewilligd bij besluit van 5 september 2025. Verzoeker heeft op 24 september 2025 beroep ingesteld tegen dit besluit, voor zover het ziet op de vaststelling van de geboortedatum van verzoeker. De minister heeft het besluit bij brief van 10 juni 2026 ingetrokken.
3. Verzoeker heeft de rechtbank vervolgens verzocht om het beroep te beschouwen als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en de minister te veroordelen in de voor het beroep gemaakte proceskosten.
4. Op 26 juni 2026 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker (opnieuw) ingewilligd en gaat daarbij uit van de geboortedatum zoals verzoeker die in Nederland heeft opgegeven. Als gevolg van dit besluit heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
5. Partijen hebben voorafgaand aan de zitting laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
7. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
8. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de minister tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker door de asielaanvraag alsnog in te willigen en daarbij uit te gaan van de door verzoeker opgegeven geboortedatum in Nederland.
9. Het verzoek wordt toegewezen. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1), voor zover de minister deze kosten nog niet heeft vergoed.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker, voor zover de minister deze kosten nog niet heeft vergoed.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 augustus 2026
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.