Vreemdelingenrecht

niet ontvankelijk, bnt asiel, beroep prematuur

Rechtbank Den Haag, 3 september 2026

Zaakgegevens

Op 3 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
3 september 2026
Datum publicatie
7 september 2026
Zaaknummer
NL26.6479
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25857
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

niet ontvankelijk, bnt asiel, beroep prematuur

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6479


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),

En

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 5 februari 2026 haar tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 11 juli 2024.

Bij uitspraak van 15 oktober 2025 heeft deze rechtbank het eerste beroep van eiseres gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen een termijn van zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit op de aanvraag te nemen.

Op 5 februari 2026 heeft eiseres opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 15 oktober 2025 van deze rechtbank, heeft de rechtbank aan verweerder een beslistermijn van zestien weken gegeven, ingaande de dag na verzending van deze uitspraak, waarbinnen zij het besluit bekend had moeten maken. Verweerder heeft hieraan niet voldaan. Echter, op het moment van het indienen van het beroep op 5 februari 2026 was de door de rechtbank opgelegde termijn van zestien weken nog niet verstreken. Verweerder had namelijk tot en met 5 februari 2026 de tijd om een besluit bekend te maken. Dit betekent dat het beroep prematuur is ingediend en het beroep niet-ontvankelijk is.

2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Algemene wet bestuursrecht.