Vreemdelingenrecht
Dublin Finland, beroep ongegrond, beroep op artikel 16 en 17 niet onderbouwd, mondelinge uitspraak.
Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:25914 · Rechtbank Den Haag · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-25914
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 7 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.28967
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25914
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Finland, beroep ongegrond, beroep op artikel 16 en 17 niet onderbouwd, mondelinge uitspraak.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.28967
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 21 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Finland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL26.28968, op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser heeft de ziekte van zijn moeder en de gestelde afhankelijkheid op geen enkele manier onderbouwd. De enkele stelling dat de moeder van eiser voor haar dagelijkse verzorging en mentale ondersteuning van eiser afhankelijk is, is hiertoe onvoldoende. Daarom kan het beroep van eiser op artikel 16 en artikel 17 van de Dublinverordening niet
|
zaaknummer: NL26.28967 |
2 |
slagen. De minister heeft daarom geen reden hoeven zien om van het bestreden besluit af te wijken.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
|
zaaknummer: NL26.28967 |
3 |
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
26 juni 2026
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.