Vreemdelingenrecht

VK, besluit ingetrokken, beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 19 mei 2026

Zaakgegevens

Op 19 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 mei 2026
Datum publicatie
10 september 2026
Zaaknummer
AWB 25/10690
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK, besluit ingetrokken, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/10690


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen


[eiser] , uit Amersfoort, eiser

V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).

Inleiding

1. De minister heeft met het besluit van 9 mei 2025 (het bestreden besluit) het verzoek van eiser om tijdelijke bescherming en zijn asielaanvraag buiten behandeling gesteld.

1.1.

Eiser heeft op 15 mei 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft eiser vervolgens uitgenodigd voor een zitting.

1.2.

De minister heeft op 21 november 2025 laten weten dat hij het bestreden besluit intrekt, en dat hij opnieuw op de aanvragen zal beslissen. Eiser mag deze beslissing in Nederland afwachten.

1.3.

De rechtbank heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de schoondochter van eiser. Eiser had haar telefoonnummer opgegeven, omdat zij goed Engels spreekt. Zij heeft bevestigd dat de situatie is opgelost.

1.4.

Eiser is niet verschenen op de zitting van 27 november 2025. Hij heeft niet bevestigd dat hij het beroep intrekt. De rechtbank doet daarom uitspraak op het beroep.

Beoordeling door de rechtbank

2. Nu het bestreden besluit is ingetrokken en de minister opnieuw op de aanvragen van eiser zal beslissen, heeft eiser geen belang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat eiser zich in beroep niet door een professionele rechtsbijstandverlener heeft laten vertegenwoordigen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.