Vreemdelingenrecht

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.33409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een…

Rechtbank Den Haag, 10 september 2026

Zaakgegevens

Op 10 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
10 september 2026
Datum publicatie
10 september 2026
Zaaknummer
NL25.33410
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26238
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.33409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.33410

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen


[verzoeker 1] en [verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2], verzoekers

mede namens hun minderjarige kind [minderjarige], V-nummer: [V-nummer 3]

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. I. Kamphuis).

Procesverloop

1. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 juli 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep van verzoekers met zaaknummer NL25.33409, op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, [naam] als waarnemer van de gemachtigde van verzoekers, A.K. Nyaku als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.33409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.