Vreemdelingenrecht

Aanvullend terugkeerbesluit, China, refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 8 september 2026

Zaakgegevens

Op 8 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 september 2026
Datum publicatie
10 september 2026
Zaaknummer
NL26.48819
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26268
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanvullend terugkeerbesluit, China, refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48819


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 3 september 2026 gesloten.

Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [datum] 1970 en heeft de Chinese nationaliteit.

  2. Aan eiser is bij beschikking van 28 september 2015 een terugkeerbesluit opgelegd inclusief een inreisverbod voor de duur van vijf jaar. Door eiser wordt niet betwist dat hij aan dit terugkeerbesluit geen uitvoering heeft gegeven.

  3. De rechtbank stelt vast dat in het aanvullend terugkeerbesluit een land van terugkeer - China - is opgenomen. Omdat dit besluit een aanvulling is op het eerder genomen terugkeerbesluit van 28 september 2015 en in dit terugkeerbesluit al een vaststelling van eisers onrechtmatig verblijf en een terugkeerverplichting waren opgenomen, is sprake van een geldig terugkeerbesluit dat aan alle aan een terugkeerbesluit te stellen eisen voldoet.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder een deugdelijke refoulementbeoordeling heeft verricht. In het gehoor voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit is met eiser gesproken over terugkeer naar China. Eiser is gevraagd of hij te vrezen heeft voor vervolging en/of onmenselijke of vernederende behandeling waartegen de autoriteiten van China hem niet kunnen beschermen. Eiser heeft geweigerd die vragen te beantwoorden. Eiser is ook gevraagd of er een reden is waarom hij niet terug zou kunnen naar China, waarop hij wederom aangaf die vraag niet te willen beantwoorden, maar dit wel met zijn advocaat te willen bespreken en dat zijn advocaat dit kenbaar zal maken aan de hoormedewerker. De rechtbank overweegt dat verweerder tegen deze achtergrond in het bestreden besluit terecht heeft gesteld dat niet is gebleken dat afgezien moet worden van het opleggen van een aanvullend terugkeerbesluit.

5. Ook in beroep is niet nader geconcretiseerd dat bij terugkeer naar China sprake is van een non-refoulement schending. Sterker nog, eiser heeft aangegeven in staat te zijn zelf terug te keren naar China en dat hem een termijn voor vrijwillig vertrek moet worden gegund.

6. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van concrete aanwijzingen voor de conclusie dat verweerder door uitvoering te geven aan het terugkeerbesluit het beginsel van non-refoulement schendt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het terugkeerbesluit in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

AVIM-gehoor van 13 augustus 2026.