Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag, 10 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26289 · Rechtbank Den Haag · 10 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-26289
Zaakgegevens
Op 10 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 10 september 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.16560
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26289
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16560
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 maart 2026 deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft hiertegen beroep (NL26.16559) ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 8 juli 2026 op zitting behandeld. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich voor de zitting afgemeld.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16559, heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Gelet daarop wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.