Vreemdelingenrecht

Hersteluitspraak / voorlopige voorziening / proceskosten veroordeling

Rechtbank Den Haag, 14 september 2026

Zaakgegevens

Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
14 september 2026
Datum publicatie
14 september 2026
Zaaknummer
NL24.38363
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26771
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak / voorlopige voorziening / proceskosten veroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.38363


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H. Postma)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 29 mei 2024 heeft de minister de asielaanvraag van verzoekster ongegrond verklaard.

1.1.

Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL24.23415) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit van 29 mei 2024 is vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit zijn in stand gebleven, voor zover het gaat om de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekster, omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard. De minister moet deze kosten vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 934,- voor het indienen van een verzoekschrift. Het verschijnen op zitting is in de uitspraak op beroep al betrokken in de proceskostenvergoeding.

Hersteluitspraak

3. In deze hersteluitspraak is bepaald dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding. Eerder was dat ten onrechte niet gedaan. Deze hersteluitspraak treedt in de plaats van de oorspronkelijke uitspraak die 15 juni 2026 is gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open verzonden.