Vreemdelingenrecht
Plakvovo bij NL23.29650 & NL23.29639
Rechtbank Den Haag, 14 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27058 · Rechtbank Den Haag · 14 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-27058
Zaakgegevens
Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 14 september 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- NL23.29651 & NL23.29640
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27058
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo bij NL23.29650 & NL23.29639
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.29651 & NL23.29640
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1], verzoeker 1
V-nummer: [V-nummer 1],
[verzoeker 2] , verzoeker 2
V-nummer: [V-nummer 2],
samen: verzoekers
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Bij besluiten van 24 augustus 2023 en 30 augustus 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de tijdelijke bescherming van verzoekers beëindigd en de asielaanvragen buiten behandeling gesteld.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.29650 en NL23.29639, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening heeft geen belang meer, en de voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 14 september 2026 door mr. S.S. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.