Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 mei 2026

Zaakgegevens

Op 18 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
18 mei 2026
Datum publicatie
21 september 2026
Zaaknummer
NL23.36572
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27541
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK plakvovo; afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.36572


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.S.M. Oudijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.E. Thijssen).

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB).

Bij besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, vastgesteld dat zij in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming en meegedeeld dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 van rechtswege eindigt.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Bij uitspraak van 15 mei 2026, zaaknummer NL24.8055, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Gelet hierop verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Richtlijn 2001/55/EG.