Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 september 2026

Zaakgegevens

Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 september 2026
Datum publicatie
21 september 2026
Zaaknummer
NL26.36463
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27607
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

MOB – niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.36463


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Eiseres heeft op 1 juli 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.

Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar zij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met haar gemachtigde onderhoudt.

3. Verweerder heeft de rechtbank op 6 september 2026 bericht dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Naar aanleiding van het bericht van verweerder heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres verzocht om binnen vijf werkdagen kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiseres en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiseres heeft niet op dit bericht gereageerd.

4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiseres heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.