Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorzieningen / afgewezen
Rechtbank Den Haag, 22 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27752 · Rechtbank Den Haag · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-27752
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.9433
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27752
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorzieningen / afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.9433, NL26.9435 en NL26.9437
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , verzoeker,
V-nummer: [nummer 1]
en zijn echtgenote
[naam 2] , verzoekster,
V-nummer: [nummer 2]
en hun meerderjarige zoon
[naam 3] ,
V-nummer: [nummer 3]
mede namens de drie minderjarige kinderen
[naam 4] ,
[naam 5] ,
[naam 6] ,
allen van Iraakse nationaliteit,
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Inleiding
1. Bij besluiten van 12 februari 2026 heeft de minister de aanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij internationale bescherming genieten op Cyprus.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, gelijktijdig met de beroepen, op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraken van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.