Vreemdelingenrecht
Plakvovo bij NL26.48076 en NL26.48078
Rechtbank Den Haag, 23 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:28189 · Rechtbank Den Haag · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-28189
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 25 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.48077 01 en NL26.48079
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo bij NL26.48076 en NL26.48078
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.48077 en NL26.48079
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster 1] , V-nummer [V-nummer 1] , en
[verzoekster 2] , V-nummer: [V-nummer 2] ,
verzoeksters
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. Y.A.L.F. van Halteren).
Inleiding
Bij de besluiten van 2 augustus 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoeksters afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.48076 en NL26.48078, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.