Vreemdelingenrecht
vrijheidsontnemende maatregel; grensbewakingsbelang; lounge op Schiphol; ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 29 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:28674 · Rechtbank Den Haag · 29 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-28674
Zaakgegevens
Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 29 september 2026
- Datum publicatie
- 28 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.54642
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28674
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijheidsontnemende maatregel; grensbewakingsbelang; lounge op Schiphol; ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.54642
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [x] , eiser
(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en
de ambtenaar belast met de grensbewaking, de ambtenaar
(gemachtigde: mr. A.N. Sap).
Procesverloop
1. Bij besluit van 15 september 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
De ambtenaar heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 22 september 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De ambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
2. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond.
3. Op grond van artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
Heeft eiser te lang in de lounge moeten verblijven?
4. Eiser voert aan dat zijn verblijf in de internationale lounge van Schiphol te lang heeft geduurd.
De rechtbank maakt uit het dossier op dat eiser op 14 september 2026 zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt. Na het uiten van deze asielwens is eiser om 20:45 uur op grond van artikel 4.6 van het Vb 2000 voor de nacht naar de internationale lounge van Schiphol verwezen. De volgende dag is deze aanwijzing opgeheven en is eiser om 14:00 uur overgebracht naar het aanmeldcentrum te Badhoevedorp. Hieruit volgt dat eiser niet meer dan 24 uur in de internationale lounge heeft doorgebracht. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 december 2018 volgt dat een verblijf in de internationale lounge gedurende maximaal 24 uur in beginsel aanvaardbaar is. Het verblijf van eiser acht de rechtbank daarom niet onredelijk lang. Eiser heeft ook geen omstandigheden aangevoerd waarom dit in zijn geval wel onredelijk zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de ambtenaar en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.