Vreemdelingenrecht
bewaring, opgeheven, schadevergoeding + PKV, gegrond.
Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29423 · Rechtbank Den Haag · 5 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-29423
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2026
- Datum publicatie
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.55926
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29423
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bewaring, opgeheven, schadevergoeding + PKV, gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.55926
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
v-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B. Temeltasch),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 21 september 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vw opgelegd.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De minister heeft op 23 september 2026 de bewaring opgeheven.
Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. De rechtbank heeft het onderzoek op 5 oktober 2026 gesloten.
Overwegingen
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De minister heeft in zijn brief van 23 september 2026 meegedeeld dat de maatregel van 21 september 2026 is opgeheven op 23 september 2026 vanwege een vormfout. De minister heeft zich bereid verklaard aan eiser een schadevergoeding van
€ 400,- (1x € 160,- vanwege één dag verblijf in een politiecel en 2 x € 120,- vanwege twee dagen verblijf in een huis van bewaring) en een proceskostenvergoeding ter hoogte van
€ 934,- (1 punt) toe te kennen.
4. Gelet op bovenstaande is niet in geschil dat de maatregel vanwege een vormfout vanaf het moment van oplegging onrechtmatig was. Het beroep is daarom gegrond. Omdat de bewaring al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig.
5. Eiser maakt aanspraak op een schadevergoeding. De rechtbank zal het door de minister reeds aangeboden bedrag aan schadevergoeding toekennen.
6. Eiser maakt ook aanspraak op een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank zal ook het door de minister reeds aangeboden bedrag aan proceskosten toekennen. De rechtbank rekent hierbij één punt voor de kennisgeving.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond.
-
veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 400,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. Wetterauw, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.