Vreemdelingenrecht
beroep, geen procesbelang
Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29479 · Rechtbank Den Haag · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-29479
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- AWB 26/9234
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29479
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep, geen procesbelang
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/9234
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam eiser]
[v-nummer eiser]
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het COa van 28 mei 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Door het COa is op 3 juli 2026 een brief gestuurd aan de rechtbank met daarin vermeld, dat de ROV-maatregel van 28 mei 2026 is ingetrokken.
Aan eiser is bij brief van 3 juli 2026 door de rechtbank gevraagd of hij het beroep wilde intrekken of handhaven naar aanleiding van de mail het COa van 3 juli 2026.
Eiser heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank heeft op 16 juli 2026 nogmaals een brief aan eiser verstuurd met het verzoek om te reageren op de brief van 3 juli 2026 van de rechtbank.
Eiser heeft ook op deze brief niet gereageerd.
De rechtbank heeft op 20 augustus 2026 nogmaals een brief aan eiser verstuurd met het verzoek om te reageren op de brief van 3 juli 2026 van de rechtbank.
Eiser heeft ook op deze brief niet gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
2. Nu eiser de rechtbank niet heeft laten weten of hij het beroep wil intrekken of handhaven, geldt de veronderstelling dat een vreemdeling niet langer een inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de rechter van oordeel dat er geen sprake is van procesbelang.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
H.C. Borgman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.