Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De minister verzet zich niet tegen de toewijzing van het…

Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
8 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.54357
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:29688
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De minister verzet zich niet tegen de toewijzing van het verzoek. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.54357


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

geboren op [geboortedatum] 1995, van Ecuadoriaanse nationaliteit,

(gemachtigde: mr. I.C. van Krimpen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: m. M. Belevska).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 18 juni 2026 een aanvraag tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning ‘zoekjaar hoogopgeleiden’ naar het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandig kunstenaar’ ingediend.

Verzoeker heeft hangende deze aanvraag op 6 augustus 2026 bij het IND-loket verzocht om een sticker verblijfsaantekening (hierna: sticker). Op deze sticker staat de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid wel toegestaan, TWV vereist’.

Verzoeker is het niet eens met de arbeidsmarktaantekening en heeft daarom tegen de afgifte van deze sticker op 14 september 2026 bezwaar gemaakt. Op diezelfde dag heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, ertoe strekkende dat hij mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op 6 oktober 2026 heeft de minister de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.

2. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen. Dit betekent dat verzoeker mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist.

3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat

verzoeker mag werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van €200,- aan verzoeker moet vergoeden; en,

- veroordeelt de minister in de proceskosten tot een bedrag van € 934,- te betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Immigratie- en Naturalisatiedienst. Tewerkstellingsvergunning. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht.