Vreemdelingenrecht
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Eiser heeft de Ugandese nationaliteit en stelt homoseksueel te zijn en…
Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30191 · Rechtbank Den Haag · 12 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30191
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2026
- Datum publicatie
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.35906
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Eiser heeft de Ugandese nationaliteit en stelt homoseksueel te zijn en ten gevolge daarvan problemen te hebben ondervonden. De rechtbank stelt de omvang van de beoordeling vast aan de hand van de arresten van het Hof Quotal en Ebilum van 4 juni 2026. De rechtbank komt tot het oordeel dat de besluitvorming zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat het referentiekader voldoende naar voren komt en is meegewogen in de besluitvorming. Ten aanzien van eisers homoseksuele gerichtheid oordeelt de rechtbank dat deze geloofwaardig is, onder verwijzing naar eisers verklaringen en overgelegde stukken. Eiser komt hierdoor in aanmerking voor internationale bescherming. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw. Beroep gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35906
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat de rechtbank tot het oordeel komt dat eisers homoseksuele gerichtheid geloofwaardig is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ugandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1991. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P. Cuijpers als tolk en de gemachtigde van de minister.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank medegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en heeft de uitspraaktermijn tweemaal met zes weken verlengd en partijen daarvan in kennis gesteld.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard in 2005 tot de ontdekking te zijn gekomen homoseksueel te zijn. Eiser heeft sinds deze ontdekking relaties gehad met mannen en vrouwen in Uganda, die tot problemen hebben geleid tijdens zijn verblijf in Uganda. Eiser is daarom in 2014 naar Dubai vertrokken waar hij tot en met november 2018 heeft verbleven. Eiser heeft na terugkeer naar Uganda nog eens 4 maanden in Kenia verbleven. Eiser is toen wederom teruggekeerd naar Uganda. In 2019 had eiser opnieuw problemen vanwege zijn gerichtheid. In 2022 heeft eiser vervolgens besloten Uganda te verlaten en is hij op 28 april 2022 uit Uganda vertrokken om twee dagen later naar Nederland te gaan. Op 16 januari 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Eiser vreest bij terugkeer voor problemen met zijn familie, de gemeenschap en de Ugandese autoriteiten.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Homoseksuele gerichtheid en problemen daarvan.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eisers identiteit nationaliteit en herkomst geloofwaardig is. De homoseksuele gerichtheid en de problemen ten gevolge daarvan vindt de minister niet geloofwaardig. De minister betrekt hierbij dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat eiser zijn asielaanvraag (zonder goede verklaring) niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Verder stelt de minister dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Volgens de minister is tot slot niet gebleken van gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Uganda. De minister concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
De omvang van de beoordeling
5. Uit de arresten Quotal en Ebilum van 4 juni 2026 van het Hof volgt dat een rechter in eerste aanleg, bij wie beroep is ingesteld tegen een beslissing tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming, de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van dat verzoek overgelegde asielrelaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging van de verzoeker of het reële risico voor hem op ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst, alsmede over de gegrondheid van dat verzoek, rekening houdend met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht. Op grond van deze arresten zal de rechtbank het besluit van de minister als volgt beoordelen.
Het besluit van de minister is nog steeds het startpunt voor de beoordeling door de rechtbank. Het is immers ook op grond van artikel 46 van richtlijn 2013/32/EU nog steeds het afwijzende besluit waartegen beroep is ingesteld. Daarin brengen de arresten Quotal en Ebilum geen verandering. De rechter kan zich echter niet beperken tot het ‘toetsen’ van het bestreden besluit van de minister, maar moet een eigen, op zichzelf staande, uitputtende en geactualiseerde beoordeling verrichten. De rechtbank neemt hierbij de verklaringen van eiser en hetgeen hij in beroep heeft gesteld als uitgangspunt.
In dit kader beoordeelt de rechtbank het asielrelaas achtereenvolgens aan de hand van de volgende vragen:
Heeft de besluitvorming zorgvuldig plaatsgevonden?
In dit kader onderzoekt de rechtbank of wezenlijke procedureregels zijn geschonden.
Is het asielrelaas (on)geloofwaardig?
In dit kader beoordeelt de rechtbank achtereenvolgens de asielmotieven waarmee de minister rekening heeft gehouden of had moeten houden, het referentiekader en de relevante elementen, die kunnen bestaan uit:
(1) documenten ter onderbouwing van het asielrelaas,
(2) de verklaringen van de vreemdeling,
(3) algemene bronnen en landeninformatie en
(4) eventuele nieuwe elementen, die op dezelfde manier worden beoordeeld.
Is de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade gebaseerd op een redelijke mate van waarschijnlijkheid?
Heeft de besluitvorming zorgvuldig plaatsgevonden?
6. In het kader van de vraag of wezenlijke procedureregels of algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden zal de rechtbank allereerst ingaan op de zorgvuldigheid van het afgenomen nader gehoor van 15 en 16 juli 2025.
Eiser voert aan dat het nader gehoor niet zorgvuldig is verlopen doordat hij onvoldoende ruimte kreeg om zijn verhaal te doen en doordat gebruik werd gemaakt van standaardvragen en een checklist waarbij werd doorgespit op vermeende tegenstrijdigheden. Eiser voelde zich niet op zijn gemak en ervoer irritatie bij de hoormedewerker, eiser wijst hierbij op meerdere passages uit het gehoor. Eiser heeft dit na afloop van het gehoor gemeld aan zijn gemachtigde. Een integrale samenhangende beoordeling van zijn verklaringen ontbreekt volgens hem.
De minister stelt zich op het standpunt dat het gehoor zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat hierbij geen gebruik is gemaakt van een checklist met standaardvragen.
7. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen door eiser is aangevoerd te weinig aanknopingspunten biedt om tot het oordeel te komen dat het gehoor onzorgvuldig is geweest. De rechtbank constateert evenwel dat uit het verslag van het gehoor van 15 en 16 juli 2025 volgt dat het gehoor niet op alle momenten soepel en prettig verlopen is. Zo is eiser meermaals onderbroken door de gehoormedewerker op het moment dat hij zijn verhaal wilde doen, waardoor invoelbaar is dat dit tot onzekerheid kan hebben geleid bij eiser. Eiser werd hierbij gevraagd om gericht antwoord te geven op de vraag, om details die niet van belang zijn achterwege te laten en hem werd gezegd dat hij later gelegenheid zou krijgen om te verklaren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de minister deze gang van zaken in dit geval niet naast zich neer kan leggen met het enkele argument dat eiser zijn verklaringen bij de correcties en aanvullingen had kunnen en moeten aanvullen. Eiser had immers slechts één dag voor het indienen van die correcties en aanvullingen terwijl het verslag 60 pagina’s betreft. Het nader gehoor heeft twee dagen geduurd. De rechtbank acht het dan ook ondoenlijk voor eiser om binnen één dag al zijn verklaringen te corrigeren en aan te vullen. De rechtbank acht het hierbij ook van belang dat eiser meerdere keren is onderbroken op het moment dat hij zijn verhaal wilde doen. Uit de verslaglegging van het gehoor blijkt echter naar het oordeel van de rechtbank niet dat er (enkel) standaardvragen zijn gesteld. Eiser is tijdens een uitgebreid gehoor met open vragen uiteindelijk voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn verhaal te doen. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat wezenlijke procedureregels of algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden. De beroepsgrond slaagt niet.
Is het asielrelaas van eiser geloofwaardig?
Inleiding en omvang van het geschil
8. Hierbij beoordeelt de rechtbank achtereenvolgens het referentiekader, de asielmotieven waarmee de minister rekening heeft gehouden of had moeten houden en de relevante feiten. De relevante feiten kunnen bestaan uit: (1) documenten ter onderbouwing van het asielrelaas, (2) de verklaringen van de vreemdeling, (3) algemene bronnen en landeninformatie en (4) eventuele nieuwe elementen, die op dezelfde manier worden beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat partijen het met elkaar eens zijn dat eisers identiteit nationaliteit en herkomst geloofwaardig is. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier anders over te oordelen. Dit asielmotief is dus geloofwaardig. Wel in geschil is of eisers homoseksuele gerichtheid en problemen ten gevolge daarvan geloofwaardig zijn. Dit asielmotief zal de rechtbank hierna bespreken.
Wat is het standpunt van eiser?
9. Eiser voert – samenvattend – aan dat hij voldoende, en voldoende uitgebreid en inzichtelijk heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en de problemen ten gevolge daarvan. De minister heeft volgens eiser niet inzichtelijk gemaakt van welk referentiekader is uitgegaan bij de besluitvorming. Volgens eiser had hierbij explicieter moeten worden meegewogen dat hij afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit verboden is. Eiser wijst ter onderbouwing verder op de verklaringen die hij in het 60 pagina’s tellende gehoor heeft afgelegd en stelt dat de minister zijn verklaringen onvoldoende samenhangend heeft beoordeeld. Daarnaast is sprake van stereotype denken aan de zijde van de minister. Eiser heeft ook een groot aantal stukken en verklaringen overgelegd:
-
Bankafschriften van contributies Sticking Rainbow Anonym 2024 en 2025;
-
Foto zoommeeting Sticking Rainbow
-
Email van [naam 1] 16 maart 2025;
-
Brieven van [naam 2] ([naam 2]) [naam 2] van 24 december 2022, 25 juli 2025 en 30 oktober 2025;
-
Brief van [naam 3] van 30 oktober 2025;
-
Kopieën van de paspoorten van [naam 2] en [naam 3];
-
Brieven van [naam 4] van 2 december 2024 en 24 juli 2025;
-
Brief Icebreakers Uganda;
-
Cliënten informatiekaart;
-
Cliënten afspraakkaart National STI Control Unit Marpi;
-
Brief van de heer [naam 7] van LGBT Asylum Support van 4 mei 2026;
-
Brief van eiser incl. bijlages met inhoudelijke reactie op tegenwerpingen van 14 juni 2026;
-
Foto’s van eiser met onder andere [naam 2] .
Wat is het standpunt van de minister?
10. De minister stelt zich – samenvattend – op het standpunt dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo verklaart eiser over verschillende onderwerpen wisselend, summier en oppervlakkig of onvoldoende inzichtelijk. Het referentiekader is niet apart besproken maar uit de besluitvorming blijkt volgens de minister voldoende van welk referentiekader is uitgegaan en hoe dit is betrokken. Ten aanzien van de overgelegde stukken stelt de minister dat deze conform WI 2019/17 kenbaar zijn betrokken bij de besluitvorming en dat ook gemotiveerd is welke waarde daaraan toekomt.
Ten aanzien van het referentiekader
11. De rechtbank is van oordeel dat het referentiekader door de minister weliswaar summier is beschreven, maar de rechtbank is niet gebleken dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader en overweegt in dit kader het volgende.
Uit het voornemen volgt dat de minister in acht heeft genomen dat eiser uit een cultuur komt waar weinig tot niet wordt gesproken over seksuele gerichtheid en waar negatief naar zijn seksuele gerichtheid werd gekeken. Verder is betrokken dat eiser ten tijde van zijn bewustwording in 2004/2005 ongeveer 13/14 jaar oud was. De minister heeft hierbij opgemerkt dat eiser inmiddels volwassen is en sinds april 2022 woonachtig is in Nederland, waar hij openlijk met zijn partners en vrienden over zijn seksuele gerichtheid spreekt. Hierdoor wordt van eiser wel verwacht dat hij kan reflecteren en persoonlijk en gedetailleerd kan verklaren. De rechtbank volgt de minister hierin en is van oordeel dat de minister hiermee voldoende inzichtelijk heeft gemaakt welk referentiekader gehanteerd moet worden en hoe dit is betrokken in de besluitvorming. Eiser heeft ook niet nader onderbouwd waaruit volgens hem volgt dat het zojuist geschetste referentiekader onjuist is of waar in de besluitvorming dit onvoldoende zou zijn meegewogen. De beroepsgrond slaagt niet.
Ten aanzien van eisers gestelde homoseksuele gerichtheid
12. De rechtbank komt tot het oordeel dat eisers homoseksuele gerichtheid en problemen ten gevolge daarvan geloofwaardig zijn. Dat wat eiser hierover heeft verklaard, in combinatie met de overgelegde documenten en verklaringen, maakt dit asielmotief volgens de rechtbank geloofwaardig. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen.
De minister acht de seksuele gerichtheid van eiser en de problemen daarvan niet geloofwaardig. De minister komt tot deze conclusie op grond van de verklaringen van eiser, in het bijzonder de verklaringen van eiser met betrekking tot de volgende onderwerpen:
-
Verklaringen over het besef van eisers gerichtheid;
-
Verklaringen over de aanleiding tot homoseksuele gerichtheid;
-
Gedachten en gevoelens direct na het besef van eisers aantrekking tot mannen zijn summier en oppervlakkig;
-
Gedachteproces voorafgaand aan acceptatie is niet inzichtelijk;
-
Bezoek aan de medicijnman na eisers acceptatie is niet inzichtelijk;
-
Gedachten en gevoelens bij de situatie van de LHBT in Uganda zijn summier en oppervlakkig;
-
De uiting van de gerichtheid in Uganda is niet rijmend met eisers verklaarde geheimhouding;
-
Wisselende verklaringen over wie er afwist van eisers gerichtheid en op welke wijze dat is gebeurd;
-
Verklaringen geven weinig inzicht in religie ten opzichte van gerichtheid;
-
Relaties met [naam 5] en [naam 6] zijn niet inzichtelijk;
-
Kennis van de Icebreakers in Uganda is niet inzichtelijk;
-
Verblijf in Dubai is niet inzichtelijk;
-
Contact met de LHBTI-gemeenschap in Nederland is niet overtuigend.
Deze verklaringen betreffen de kern van het asielrelaas van eiser, de rechtbank beoordeelt hierna alleen dat deel van de verklaringen dat redengevend is voor het oordeel dat eisers homoseksuele gerichtheid en problemen ten gevolge daarvan geloofwaardig zijn. De rechtbank overweegt hierbij dat de niet besproken verklaringen onvoldoende zijn om de conclusie te kunnen dragen dat het asielmotief ongeloofwaardig is. De rechtbank zal bij de geloofwaardigheidsbeoordeling ook ingaan op de door eiser overgelegde foto’s, brieven en overige documenten.
Eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet ongerijmd heeft verklaard over het besef en de aanleiding tot zijn homoseksuele gerichtheid. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser niet summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn gedachten en gevoelens direct na het besef van zijn aantrekking tot mannen. De minister heeft eiser in dit kader tegengeworpen dat hij wisselend heeft verklaard over het moment van besef van zijn seksuele gerichtheid. De leeftijden 13 en 14, en of eiser tot het besef kwam in 2004 of 2005, liggen naar het oordeel van de rechtbank relatief dicht bij elkaar, zeker gelet op het feit dat eiser moest verklaren over gebeurtenissen die op het moment van het nader gehoor ruim 20 jaar geleden hadden plaatsgevonden, in een land waarin blijkens het referentiekader niet gesproken wordt over seksuele gerichtheid. De rechtbank vindt het ook niet zonder meer ongerijmd dat eiser verklaarde dat hij erachter kwam dat hij zich aangetrokken voelde tot mannen toen hij droomde over intimiteit en dat hij na zijn acceptatie sterkere gevoelens kreeg voor mannen omdat hij over ze begon te dromen. Eiser heeft immers verklaard dat hij zijn gerichtheid in 2006 heeft geaccepteerd, waardoor het niet onlogisch is dat hij het exacte moment waarop de dromen begonnen goed kan herinneren en daarbij onderscheid kon maken tussen de aanleiding en acceptatie. De rechtbank betrekt hierbij dat eiser heeft toegelicht dat hij zich, terugblikkend, realiseerde dat hij als kind al anders was dan andere jongens. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de heer [naam 7] in zijn brief van 4 mei 2026 terecht wijst op het feit dat termen als “bewustwordingsproces” en “zelfacceptatie” zijn geschrapt uit de werkinstructie omdat het ontdekken van homoseksualiteit een proces kan zijn dat per persoon verschilt, waarbij niet altijd sprake hoeft te zijn van acceptatie. De rechtbank meent dan ook dat dit niet aan eiser kan worden tegengeworpen. Anderzijds heeft eiser wel verklaard dat hij veel vragen aan zijn hoofd had nadat hij tot het besef kwam dat hij op mannen viel, dat hij dacht dat hij niet normaal was en dat hij dacht dat hij behekst of bezeten was. Eiser begreep dat het niet mocht in de maatschappij, was niet blij met zijn geaardheid en deed zijn best om te veranderen. Eiser heeft verklaard over schuldgevoelens en zelfhaat en over dat hij schaamte voelde. Eiser heeft consequent verklaard dat hij in 2006, toen hij rond de 16 jaar oud was concludeerde dat zijn gevoelens betekende dat hij homoseksueel is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee voldoende inzichtelijk en persoonlijk verklaard.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eiser inzichtelijk heeft verklaard over het bezoek aan de medicijnman na de acceptatie van zijn homoseksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder hem, nadat hij haar had verteld over zijn seksuele gerichtheid, heeft meegenomen naar de medicijnman en dat hem gezegd werd dat hij zou veranderen. Eiser had naar eigen zeggen eerst geaccepteerd dat hij homoseksueel was en toen overtuigde zijn moeder hem dat hij behekst was en dat ze naar de medicijnman moesten gaan. Eisers moeder zei dat het heel slecht was om homoseksueel te zijn en dat ze het niet aan de medicijnman konden vertellen. Eiser verklaart dat dit bezoek niet werkte en dat hij geen verandering merkte. Eiser durfde dit niet met zijn moeder te bespreken omdat ze teleurgesteld was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee inzichtelijk verklaard over zijn bezoek aan de medicijnman. Eisers eigen proces van acceptatie, of besef van seksuele gerichtheid, kan bestaan naast een poging om er toch iets aan te doen nadat eisers moeder hem aan het twijfelen bracht. Dat eiser volgens de minister verschillende momenten van acceptatie noemt kan hier niet aan af doen. Eiser was rond de 17 jaar oud en had te maken met zijn moeder die teleurgesteld was en heel resoluut was in haar besluit om hem mee te nemen naar de medicijnman. De rechtbank vindt het inzichtelijk dat eiser zegt schaamte te hebben gevoeld en dat hij zijn moeder niet wilde teleurstellen. Eiser had nog nooit gehoord van een mogelijkheid tot genezing en ging hierdoor toch weer twijfelen. De enkele stelling van de minister in het verweerschrift dat eiser niet is ingegaan op de vraag waaraan hij toen nog twijfelde en welke specifieke woorden van zijn moeder hem aan het twijfelen brachten brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Naar het oordeel van de rechtbank is het niet ongerijmd is dat eiser uiting gaf aan zijn gerichtheid in Uganda ondanks dat hij zijn gerichtheid geheimhield. Eiser gaf in Uganda uiting aan zijn seksuele gerichtheid door homovriendelijke bars te bezoeken, een homogerichte datingapp (Grindr) te gebruiken en vrijwilligerswerk te doen. Volgens de minister is dit ongerijmd met eisers verklaring dat hij zijn seksuele gerichtheid geheimhield. Eiser heeft volgens de minister vaag en summier verklaard over het dubbelleven dat hij leidde. Naar het oordeel van de rechtbank is het goed mogelijk dat eiser zijn seksuele gerichtheid geheim moest houden in Uganda vanwege zijn veiligheid maar dat hij toch op zoek ging naar manieren om zich te kunnen uiten, met inachtneming van bepaalde veiligheidswaarborgen. Eiser heeft hierover verklaard dat hij enkel op uitnodiging naar homovriendelijke bars ging en dat niet algemeen bekend was wat zich daarbinnen afspeelde. Bij gebruik van de datingapp gebruikte eiser een andere naam, koos hij witte mannen en was hij voorzichtig bij ontmoetingen door eerst op afstand te kijken wie er kwam opdagen. Wat betreft eisers vrijwilligerswerk heeft hij verklaard dat dit werk niet bekend stond als werk waarbij eiser homoseksuele mensen vervoerde met de taxi. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hierbij voldoende persoonlijk en inzichtelijk verklaard. Eiser heeft geprobeerd zijn veiligheid te waarborgen en tegelijkertijd geprobeerd zich op enige wijze te kunnen uiten door een zorgvuldig opgebouwd dubbelleven.
De rechtbank is van oordeel dat de minister ten onrechte van eiser heeft verlangd dat hij inzicht moet kunnen geven in zijn religie ten opzichte van zijn seksuele gerichtheid. Eiser heeft namelijk verklaard dat geloof een gewoonte voor hem was en iets wat hoorde bij de gemeenschap. Eiser had persoonlijk niets met het geloof waardoor hij daar ook geen druk over ervaarde. Eiser heeft nooit een intern conflict gehad op dit punt omdat hij niet in de Islam als zodanig gelooft. Eiser heeft ook verklaard dat hij gelooft dat god hem zo heeft gemaakt zoals hij is en dat hij afstand kon nemen van de Islam. Eiser is gelovig opgevoed en moest aan de maatschappij laten zien dat hij praktiserend was om zijn geaardheid te verbergen. Religie is niet belangrijk meer voor eiser.
Tot slot oordeelt de rechtbank dat eisers contact met de LHBTI-gemeenschap in Nederland overtuigend is. De rechtbank overweegt dat de foto’s met [naam 2] die eiser heeft overgelegd genomen op verschillende momenten, alsmede de brieven van die [naam 2] heeft geschreven over hun relatie, eisers asielrelaas ondersteunen. Ook de brieven van [naam 4] bevestigen eisers asielrelaas. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gewicht toegekend aan deze verklaringen (van twee ex-partners). Daarnaast blijkt uit de ondersteuningsrapportage van de heer [naam 7] dat eiser al sinds augustus 2022 in contact staat met LGBT Asylum Support. Ook heeft de rechtbank bij haar oordeel betrokken dat bij de zitting de heren, [naam 2], [naam 4] en [naam 7] zijn verschenen als belangstellenden. Ter zitting heeft de heer [naam 2] op zijn verzoek een verklaring afgelegd over de relatie die hij heeft gehad met eiser en de activiteiten die hij en eiser hebben ondernomen.
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eisers homoseksuele gerichtheid en de problemen ten gevolge daarvan geloofwaardig zijn.
Komt eiser in aanmerking voor internationale bescherming?
13. Eisers homoseksuele gerichtheid en de problemen ten gevolge daarvan zijn door de rechtbank geloofwaardig geacht. Hierdoor valt eiser onder de categorie LHBTIQ+ die door de minister als risicoprofiel wordt aangemerkt in de Vc C9/35.3.2. Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, heeft de minister het beleid dat aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw wordt verleend, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel in de weg staan. Voor het risicoprofiel LHBTIQ+ wordt aangenomen dat bescherming door de autoriteiten niet mogelijk is en ook dat er geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in Uganda. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om daar in het geval van eiser anders over te oordelen. De rechtbank concludeert daarom dat eiser bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade.
Conclusie en gevolgen
14. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zal de rechtbank zelf een beslissing nemen. De rechtbank bepaalt dat aan eiser internationale bescherming moet worden verleend. De rechtbank acht het beroep gegrond en draagt de minister op om binnen een periode van zes weken aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868, - omdat de gemachtigde van eiser een beroepsschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Dit wordt berekend op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 934,00 per punt. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 28 juli 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868, - aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.