Vreemdelingenrecht

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag in stand…

Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Datum publicatie
14 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.21403
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30268
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde screenshots van Facebook-messenger berichten het asielrelaas van eiser niet onderbouwen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.21403


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L.D. Drenthe).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde screenshots van Facebook-messenger berichten het asielrelaas van eiser niet onderbouwen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 9 februari 2026 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y.K.A. Matadi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

De eerdere asielprocedure

3. Eiser heeft eerder, op 25 juli 2022, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Eiser heeft aan zijn eerste asielaanvraag ten grondslag gelegd hij is geboren op [geboortedatum] 1999 en burger is van de Democratische Republiek Congo (DRC). Zijn moeder bezorgde in opdracht van het dorpshoofd in het geheim brieven aan de organisatie Onu Monusco. In die brieven werd door het dorpshoofd zijn ongenoegen geuit over de situatie en de behandeling van de bevolking in de stad [plaats 1]. De overheid is hierachter gekomen en liet het dorpshoofd op
[datum] 2016 vermoorden. Op 17 januari 2017 kwamen de autoriteiten bij eiser langs. De moeder van eiser verbleef toen al enige tijd in een andere stad. Zij hebben eisers oudere zus voor zijn ogen verkracht en zijn vader doodgeschoten. Eiser is in zijn been gestoken met een mes en is flauwgevallen nadat zijn vader was doodgeschoten. Toen hij bijkwam waren de autoriteiten verdwenen met eisers zussen en het lichaam van zijn vader. Eiser is naar een vriendin van zijn moeder gevlucht die hem heeft meegenomen naar [plaats 2]. Eiser heeft daar enkele maanden verbleven. De moeder van eiser is vervolgens bedreigd en het jongere zusje van eiseres is verbrand en vermoord en daarvan zijn foto's naar eisers moeder verstuurd. Eiser is uiteindelijk via een vriend van zijn vader aan een Oekraïens visum geholpen. Toen is eiser via Angola naar Oekraïne gevlucht. In 2021 is de tante van eiser vergiftigd, omdat zij aangifte wilde doen van alles wat er met eisers familie is gebeurd. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 31 juli 2023 afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze afwijzing. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft dat beroep in haar uitspraak van 15 september 2023 gegrond verklaard omdat, voor zover relevant, de minister zijn tegenwerpingen onvoldoende had gemotiveerd en het relaas onvoldoende had gerelateerd aan landeninformatie. De rechtbank heeft de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

3.1

Bij beschikking van 30 mei 2024 heeft de minister de aanvraag van eiser opnieuw afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze afwijzing. Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft het beroep van eiser op 5 september 2025 gegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister in het besluit van 30 mei 2024 niet ingegaan op de landeninformatie. Ook niet door te stellen dat die informatie niet van toepassing is op de situatie van eiser danwel dat die informatie niet relevant is voor het te nemen besluit. In zoverre heeft de minister dus niet voldaan aan de opdracht van deze rechtbank en is er sprake van een gebrek in het bestreden besluit. De rechtbank heeft het besluit vernietigd vanwege strijd met artikel 3:46 Awb. De rechtbank heeft echter bepaald dat de rechtsgevolgen van dit vernietigde besluit in stand blijven, omdat de overige beroepsgronden niet kunnen slagen. Dit heeft tot gevolg dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft. Daartegen is geen hoger beroep ingesteld, zodat het besluit van 30 mei 2024 in rechte vaststaat.
De huidige asielprocedure

4. Eiser heeft op 9 februari 2026 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Ter onderbouwing van zijn opvolgende aanvraag heeft eiser screenshots van Facebook-messenger berichten overgelegd die volgens hem bevestigen dat hij nog steeds gezocht wordt in zijn land van herkomst en daar gevaar loopt. Dit betreffen screenshots van gesprekken tussen [naam 1] en eiser en de zoon van [naam 1], [naam 2], en eiser. Volgens eiser bewijzen de screenshots dat hij hulp heeft gevraagd aan [naam 1], omdat hij dreigde te worden uitgezet naar de DRC en nieuwe informatie had gekregen over zijn persoonlijke veiligheid in de DRC. Omdat [naam 1] de enige persoon was die eiser eerder had geholpen met onderduiken na de aanval op zijn huis, heeft hij [naam 1] bericht en gevraagd of hij weer bij haar kon onderduiken. Toen [naam 1] niet reageerde op eisers berichten, heeft eiser haar zoon [naam 2] benaderd en gevraagd om hulp. [naam 2] heeft eiser verteld dat zijn moeder is overleden door vergiftiging en dat de vergiftiging eisers schuld is. Uit de berichten van [naam 2] blijkt volgens eiser dat de gewapende groepering, die eisers familie heeft vermoord, op 7 september 2023 het huis van [naam 2], [naam 1] en hun familie is binnengevallen. De gewapende mannen vertelden de familie dat ze op zoek waren naar eiser. Toen de gewapende mannen zich realiseerden dat eiser niet in dat huis was, hebben ze het hele huis vergiftigd. Deze berichten tonen volgens eiser aan dat hij nog steeds persoonlijk wordt gezocht en gevaar loopt bij terugkeer naar de DRC.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende relevante elementen:

  • de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;

  • de problemen van eiser met de autoriteiten.

5.1

De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser in de vorige procedure al geloofwaardig geacht. De minister acht de problemen van eiser met de autoriteiten nog steeds ongeloofwaardig. Redengevend daarvoor is dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De overgelegde schermafbeeldingen van de Facebook-messenger berichten leiden volgens de minister niet tot een ander inzicht over eisers gestelde vrees voor de autoriteiten. Omdat de minister de problemen van eiser met de autoriteiten ongeloofwaardig acht, wordt door de minister ook niet aannemelijk geacht dat eiser bij terugkeer naar de DRC een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM. De minister heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

5.2

Eiser heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen in dat verband is aangevoerd zal hieronder - voor zover relevant - worden ingegaan.

Nieuw gehoor

6. De minister volgt het standpunt van eiser om een nieuw nader gehoor in te plannen met een tolk in het Lingala niet. Eiser is namelijk in het gehoor opvolgende aanvraag meermaals gevraagd of hij de Franse tolk goed kon verstaan, waarop eiser bevestigend heeft geantwoord. Naderhand had eiser volgens de minister ook nog de mogelijkheid om terug te komen op het gehoor, door eventuele problemen met de tolk of anderszins in de correcties en aanvullingen en de zienswijze naar voren te brengen. Dit heeft eiser niet gedaan.

6.1

Eiser voert aan dat de tolk tijdens het nader gehoor niet volledig zin na zin heeft vertaald, maar steeds samenvattingen heeft gemaakt na lange uiteenzettingen van eiser. Dit heeft volgens eiser kunnen leiden tot omissies of onduidelijkheden. Daarbij merkt de gemachtigde van eiser op dat eiser PTSS heeft en dit maakt dat hij minder assertief is. Dit zou volgens de gemachtigde van eiser een verklaring kunnen zijn waarom eiser niet heeft geprotesteerd tegen de handelswijze van de tolk tijdens het nader gehoor. Eiser had ook de indruk dat de tolk het Congolese Frans niet geheel begreep. Het Congolese Frans is namelijk niet hetzelfde als modern standaard Frans. Bovendien is Frans niet de moedertaal van eiser, althans niet de taal die eiser het best beheerst. Het verzoek om een nieuw nader gehoor met een tolk in het Lingala is volgens eiser dan ook terecht.

6.2

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag en nadien, meerdere mogelijkheden heeft gehad om aan te geven dat de tolk hem niet goed begreep of de manier waarop de tolk zijn antwoorden samenvatte, niet overeenkwam met hetgeen hij heeft verklaard. Daarnaast heeft eiser ook de mogelijkheid gehad om eventuele omissies of onduidelijkheden uit het gehoor in de correcties en aanvullingen, de zienswijze en de beroepsgronden te benoemen. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser dan ook onvoldoende geconcretiseerd op welke momenten in het gehoor - zoals eiser stelt - de nuance ontbreekt of miscommunicatie is ontstaan tussen de tolk en hem. Ter zitting heeft eiser desgevraagd ook niet kunnen concretiseren wat hij met een nieuw nader gehoor in dit stadium wil bereiken. Daarbij heeft de minister ter zitting terecht opgemerkt dat eiser voorafgaand aan het gehoor opvolgende aanvraag, ook met behulp van een Franse tolk is gehoord en eiser tot onderhavige procedure daarover niets heeft opgemerkt. Het betoog van eiser dat zijn PTSS mogelijk heeft geïnterfereerd met zijn mogelijkheden om zich uit te spreken of te protesteren tegen de handelswijze van de tolk, is door eiser niet onderbouwd met (medische) stukken. Uit de huisartsverklaring die eiser heeft overlegd blijkt dat PTSS is vastgesteld en welke behandeling en medicatie eiser hiervoor krijgt. Echter volgt hieruit niet wat voor invloed de PTSS-diagnose heeft op zijn gedragingen.

6.3

Gelet op het voorgaande heeft de minister zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat de accuraatheid van de verklaringen van eiser niet zijn beïnvloed doordat het gehoor niet heeft plaatsgevonden in het Lingala. De beroepsgrond slaagt niet.

De overgelegde screenshots

7. De minister stelt zich – kort samengevat - op het standpunt dat de objectiviteit van de Facebook-messenger berichten tussen eiser en [naam 1] en eiser en de zoon van [naam 1], [naam 2], niet onderzocht kan worden. De gesprekken zeggen volgens de minister op zichzelf staand ook niets over de door eiser in de eerdere procedure gestelde problemen, aangezien uit de overgelegde berichten niet blijkt dat eiser nog daadwerkelijk wordt gezocht door de autoriteiten van de DRC. Integendeel, in tegenstelling tot voorgaande procedure, waarin eiser verklaarde te vrezen voor de autoriteiten, stelt eiser in de berichten aan [naam 1] en [naam 2] te vrezen voor een gewapende groepering. Deze verklaringen acht de minister tegenstrijdig.

7.1

Eiser meent een oprechte inspanning te hebben geleverd om zijn asielaanvraag te staven. Volgens eiser zijn personen die hem hebben geholpen, aangevallen vanwege hun steun aan hem. Dit toont volgens eiser aan dat het gevaar nog steeds actueel is. Eiser stelt van meet af aan te hebben verklaard dat hij vreest voor de Congolese autoriteiten. Volgens eiser maakt de gewapende groepering, waarover hij spreekt met [naam 2], onderdeel uit van de autoriteiten. Eiser ziet dan ook geen contradictie in zijn gesprek met [naam 2] ten opzichte van zijn verklaringen in de eerdere procedure. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een artikel van Amnesty International overgelegd, waaruit blijkt dat het Congolese leger structureel samenwerkt met de zogeheten “Wazalendo”-milities en losse coalities van lokale gewapende groeperingen die steun ontvangen van de Forces armées de la République du Congo (FARDC). Deze milities treden veelal op naast of samen met overheidskrachten en maken zich regelmatig schuldig aan grove schendingen van de mensenrechten.

7.2

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat de screenshots van de Facebook-messenger berichten subjectieve documenten betreffen, omdat de authenticiteit hiervan niet kan worden vastgesteld. Bovendien heeft de minister toegelicht waarom de screenshots, ook als deze inhoudelijk worden bekeken, de in de vorige procedure gestelde problemen met de autoriteiten niet aannemelijk maken. Uit de screenshots van de Facebook-messenger berichten blijkt dat eiser [naam 1] en [naam 2] om hulp heeft gevraagd, omdat vaststond dat eiser terug moest keren naar de DRC en bij terugkeer vreesde om gedood te worden. Echter kan op basis van de screenshots niet worden vastgesteld wie [naam 1] en [naam 2] zijn. Eiser heeft verklaard dat hij bij [naam 1], een familielid van een vriendin van zijn moeder, en haar zoon [naam 2] van januari 2017 tot november 2018 heeft ondergedoken na de aanval op zijn woning. Deze verklaring onderbouwt echter niet de authenticiteit van de Facebook-messenger berichten en de perso(o)n(en) die deze hebben verzonden. Daarbij heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank terecht vastgesteld dat het screenshot van het ‘gesprek’ tussen eiser en [naam 1] enkel bestaat uit berichten die eiser heeft verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank onderbouwt dit screenshot de door eiser gestelde problemen dan ook niet en zal dit ‘gesprek’ in de verdere beoordeling alleen worden aangemerkt als verduidelijking van de berichten tussen eiser en [naam 2].

7.3

Ten aanzien van het gesprek tussen eiser en [naam 2] is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het opmerkelijk is dat [naam 2] eiser in eerste instantie niet herkende, terwijl zij volgens de verklaringen van eiser bijna twee jaar samen hebben gewoond en [naam 2] eiser verantwoordelijk houdt voor de vergiftiging van zijn familie. Daarnaast heeft eiser in de eerdere procedure verklaard te vrezen voor de autoriteiten, terwijl eiser in het gesprek met [naam 2] spreekt over zijn vrees voor een gewapende groepering. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien waarom eiser niet in een eerder stadium heeft verklaard over gewapende groeperingen. Eiser heeft in zijn beroepsgronden verwezen naar een artikel van Amnesty International, waaruit blijkt dat de autoriteiten samenwerken met de gewapende groeperingen, en dat zij als één geheel kunnen worden beschouwd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister ter zitting voldoende gemotiveerd dat de informatie uit het artikel van Amnesty International niet van toepassing is op eiser. Het artikel van Amnesty International ziet namelijk toe op twee gebieden in Oost-Congo, terwijl eiser in de plaatsen [plaats 1] in het zuid-centrale deel van Congo en [plaats 2] in het uiterste westen van Congo heeft verbleven. De stelling van eiser ter zitting dat de informatie uit het artikel niet alleen van toepassing is op Oost-Congo, maar dat dit fenomeen nog “veel meer” voorkomt dan alleen in het oosten, is door eiser niet nader onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

Algemene landeninformatie

8. Ter zitting heeft eiser ook nog verwezen naar bronnen van Amjambo Africa 2026 en Human Rights Watch. Volgens eiser onderbouwen deze bronnen zijn standpunt uit de beroepsgronden onder punt 5, waaruit volgt dat protestbewegingen en NGO’s door de Congolese overheid als staatsvijandig worden bestempeld. Dit maakt volgens eiser dat zelfs een vermoeden van betrokkenheid bij protesten een reëel risico vormt. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting uitgelegd dat informatie van Amjambo Africa en Human Rights Watch algemeen bekende informatie betreft en daarom niet specifiek met bronverwijzingen in de beroepsgronden is genoemd. Deze stelling van eiser volgt de rechtbank niet. Het is namelijk aan eiser om zijn beroepsgronden te concretiseren en in zijn volledigheid te onderbouwen. Het had op de weg van eiser gelegen om concreet aan te geven welke overwegingen op hem van toepassing zijn. Eiser heeft dit niet gedaan. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser zijn standpunt, met de enkele verwijzing naar deze bronnen, onvoldoende heeft onderbouwd en/of geconcretiseerd. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de minister ter zitting terecht heeft aangegeven dat eiser nooit eerder heeft verklaard over protestbewegingen en dit pas voor het eerst naar voren heeft gebracht in de gronden van beroep. De beroepsgrond slaagt niet.


Reëel risico op ernstige schade

9. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen heeft de minister de problemen van eiser met de autoriteiten terecht ongeloofwaardig geacht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar de DRC een reëel risico loopt op ernstige schade, omdat hij bij terugkeer vreest voor vervolging en geweld door de autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, rechter, in aanwezigheid van S.E.M. Pot, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vreemdelingenwet 2000. Zaak NL26.21404. Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 15 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9938. Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 5 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16552. Algemene wet bestuursrecht. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.2 en 7. Posttraumatische stressstoornis. Zie bijvoorbeeld het rapport gehoor aanmeldfase van 6 augustus 2022, het rapport nader gehoor van 25 juli 2023 en het verslag van het vertrekgesprek van 15 november 2024. Nieuwsartikel Amnesty International van 20 augustus 2025. Vertaling screenshots, p.3. Niet-gouvernementele organisaties.