Vreemdelingenrecht
8:54, kennelijk niet-ontvankelijk, geen reactie eiser na intrekking besluit.
Rechtbank Den Haag, 13 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:3029 · Rechtbank Den Haag · 13 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-3029
Zaakgegevens
Op 13 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 17 februari 2026
- Zaaknummer
- AWB 25.10960
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3029
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, kennelijk niet-ontvankelijk, geen reactie eiser na intrekking besluit.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/10960
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het COa van 7 mei 2025 om tweemaal €14,87 van het leefgeld van eiser in te houden.
Het COa heeft het bestreden besluit op 26 augustus 2025 ingetrokken. De rechtbank heeft eiser daarom op 1 september 2025 gevraagd of hij het beroep wil handhaven. Hier heeft eiser niet op gereageerd. Op 29 september 2025 en op 19 december 2025 heeft de rechtbank een rappel-brief aan eiser gestuurd. Ook hier heeft eiser niet op gereageerd.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft eiser nog (proces) belang bij de behandeling van het beroep?
2. De bestuursrechter kan alleen oordelen over een besluit. Bij eiser was dat het besluit waarmee het COa een deel van zijn leefgeld had ingehouden. Eiser was het daar niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens dit beroep heeft het COa het besluit ingetrokken. Het besluit bestaat niet meer. Eiser heeft niet gereageerd op de vraag van de rechtbank of eiser het beroep wil handhaven. Niet is gebleken dat eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Daarom beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres verder niet meer inhoudelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.