Vreemdelingenrecht
BNT – asiel – kennelijk niet-ontvankelijk – prematuur beroepschrift.
Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30749 · Rechtbank Den Haag · 15 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30749
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.25240
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30749
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT – asiel – kennelijk niet-ontvankelijk – prematuur beroepschrift.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.25240
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 12 januari 2026 is het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 11 oktober 2023 gegrond verklaard. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL25.36424.
Eiser heeft op 5 mei 2026 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. In de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 12 januari 2026 is verweerder opgedragen om binnen zestien weken dan wel, indien eiser inmiddels was gehoord over zijn asielmotieven, binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. Aangezien eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven, geldt de beslistermijn van zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Daarmee eindigde de termijn voor verweerder op 5 mei 2026.
3. Eiser heeft opnieuw beroep ingesteld op 5 mei 2026. Dat betekent dat op het moment van indiening van het beroep de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 oktober 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Biyikli, griffier en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.