Vreemdelingenrecht
Aanvraag voor mvv in het kader van nareis afgewezen. Beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van…
Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31631 · Rechtbank Den Haag · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-31631
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL24.27265
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:31631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag voor mvv in het kader van nareis afgewezen. Beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De asielvergunning van referent is ingetrokken i.v.m. vrijwillige terugkeer. Eiseres kan daarom niet bereiken dat zij bij referent in Nederland mag verblijven.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27265
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. E.N. Spijkerman).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag die [persoon A] (referent) heeft gedaan ten behoeve van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag en heeft beroep ingesteld.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is omdat zij geen procesbelang meer heeft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Referent heeft op 2 februari 2022 de aanvraag ten behoeve van eiseres ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 8 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 6 oktober 2026 heeft verweerder de rechtbank bericht dat de asielvergunning van referent is ingetrokken omdat hij vrijwillig is teruggekeerd naar Afghanistan. Eiseres heeft op 7 oktober 2026 op dit bericht gereageerd.
5. De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met kennisgeving vooraf, niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet langer belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder de uitspraak van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4216, overweging 3.1.), volgt dat er sprake is van procesbelang bij de uitkomst van de beroepsprocedure als het doel dat de vreemdeling voor ogen staat, met die procedure kan worden bereikt en voor de vreemdeling van feitelijke betekenis is. Procesbelang is er niet als ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.
8. Uit de door verweerder verstrekte informatie blijkt dat de asielvergunning van referent bij besluit van 26 mei 2026 met terugwerkende kracht tot 5 mei 2026 is ingetrokken, omdat referent op laatstgenoemde datum vrijwillig is teruggekeerd naar Afghanistan. Eiseres heeft in haar reactie van 7 oktober 2026 gesteld dat referent destijds in een psychische toestand heeft verkeerd waardoor hij de gevolgen van zijn handelen niet heeft kunnen overzien. Zij heeft deze stelling echter niet onderbouwd. De rechtbank gaat er daarom met verweerder vanuit dat de terugkeer van referent vrijwillig is geweest. De nu voorliggende procedure van eiseres gaat over de vraag of verweerder aan eiseres een mvv had moeten verlenen zodat zij bij referent in Nederland mag verblijven. Referent verblijft echter niet meer in Nederland. Eiseres kan daarom in de onderhavige beroepsprocedure niet bereiken dat zij bij referent in Nederland mag verblijven.
9. Gelet op het voorgaande is er geen sprake van procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Roozeboom, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.