Vreemdelingenrecht

Niet tijdig beslissen. Aanvraag wijziging verblijfsdoel. Ingebrekestelling te vroeg ingediend. Beroep…

Rechtbank Den Haag, 13 maart 2026

Zaakgegevens

Op 13 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
Zaaknummer
NL26.3770
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5310
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet tijdig beslissen. Aanvraag wijziging verblijfsdoel. Ingebrekestelling te vroeg ingediend. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3770


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag

voor wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning regulier in het verblijfsdoel familie en gezin.

Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. De aanvraag is ingediend op 3 oktober 2025. Verweerder moet op grond van artikel 25, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Verweerder heeft de beslistermijn niet verlengd. Verweerder had dus uiterlijk op 1 januari 2026 een besluit moeten nemen. Deze datum is ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet aangemerkt als algemeen erkende feestdag zodat de termijn waarbinnen verweerder had moeten beslissen wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, in dit geval vrijdag 2 januari 2026. Eiseres heeft verweerder op 2 januari 2026 in gebreke gesteld.

3. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 13 maart 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zie artikel 1, eerste lid, Algemene termijnenwet.