Vreemdelingenrecht
Asiel, Dublin Duitsland, MOB, beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 16 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:5482 · Rechtbank Den Haag · 16 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-5482
Zaakgegevens
Op 16 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 16 maart 2026
- Datum publicatie
- 16 maart 2026
- Zaaknummer
- NL26.7804
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5482
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, Dublin Duitsland, MOB, beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7804
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 6 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank beoordeelt (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Verweerder heeft op 11 maart 2026 de rechtbank bericht dat eiser volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming is vertrokken en dat verweerder niet is gebleken dat eiser zich daarna weer heeft gemeld. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens op 15 maart 2026 de rechtbank meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiser.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan wordt uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.
4. Gezien de informatie van verweerder en de gemachtigde van eiser, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom heeft eiser geen procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het door hem ingestelde beroep.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.