Vreemdelingenrecht
opvolgende BNT, asiel, beroep prematuur ingesteld, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 25 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:7098 · Rechtbank Den Haag · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-7098
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 30 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.54640
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7098
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
opvolgende BNT, asiel, beroep prematuur ingesteld, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.54640
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Eiser heeft op 7 november 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Bij uitspraak van 11 september 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het eerste beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen zestien weken dan wel, indien eiser inmiddels is gehoord over zijn asielmotieven, binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken (ECLI:NL:RBROT:2025:10774).
2. Uit het dossier leidt de rechtbank af dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven, zodat de aan verweerder opgedragen beslistermijn zestien weken bedraagt en eindigt op 1 januari 2026.
3. Dat betekent dat op het moment van indiening van het beroep, op 7 november 2025, de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 25 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.