Vreemdelingenrecht

PKV – ma intrekking van het besluit verzoek tot vergoeding – toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 28 januari 2026

Zaakgegevens

Op 28 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
28 januari 2026
Datum publicatie
3 april 2026
Zaaknummer
NL24.8774
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7726
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PKV – ma intrekking van het besluit verzoek tot vergoeding – toegewezen.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.8774

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick) en

de minister van Justitie en Veiligheid, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de minister).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Op 7 februari 2024 heeft de minister een terugkeerbesluit (het besluit) opgelegd aan verzoeker. Verzoeker heeft hiertegen op 3 maart 2024 beroep ingediend.

De minister heeft het besluit op 28 juli 2024 ingetrokken. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Hij heeft daarbij het verzoek gedaan om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister heeft niet op het verzoek gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

2. Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.2

3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop, is de minister tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

[afbeelding niet beschikbaar]

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb).

4. Het verzoek om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt de minister dus in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag, omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een verzoek in te dienen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in dit geval sprake is van een verzoek tot proceskostenveroordeling, waarbij het – al dan niet in geld uit te drukken – belang beperkt is en de aard van de zaak gemiddeld is. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Het door de minister aangeboden bedrag is gebaseerd op het tarief zoals dat gold tot en met 31 december 2025. De rechtbank hanteert het tarief zoals dat geldt met ingang van 1 januari 2026. Toegekend wordt € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoek, met een waarde per punt van € 934,-).

5. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe. Het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is dan ook niet van toepassing.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 januari 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.