Vreemdelingenrecht
Asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard i.v.m. internationale beschermingsstatus in Spanje. Eisers…
Rechtbank Den Haag, 10 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:9931 · Rechtbank Den Haag · 10 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-9931
Zaakgegevens
Op 10 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 10 april 2026
- Datum publicatie
- 28 april 2026
- Zaaknummer
- NL25.29001 en NL25.29005
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9931
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard i.v.m. internationale beschermingsstatus in Spanje. Eisers betwisten dat zij in Spanje internationale bescherming hebben. De minister mocht uitgaan van internationale beschermingsstatus in Spanje, maar beroep gegrond omdat hij in de besluitvorming de belangen van het kind niet (voldoende) heeft meegewogen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.29001 en NL25.29005
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1], mede namens haar minderjarige zoon [verzoeker 2],
v-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2],
en [verzoeker 3],
v-nummer: [V-nummer 3]
samen genoemd verzoekers,
(gemachtigde: mr. J-A. Nijland),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorzieningen gaat over de
niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvragen van verzoekers. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. Zij hebben daartegen ook beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak de verzoeken af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoekers hebben aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de bestreden besluiten van 25 juni 2025 deze aanvragen in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de behandeling van de zaken NL25.29000 en NL25.29004, op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, [naam] als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.29000 en NL25.29004, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaken veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). De voorzieningenrechter merkt de beide verzoeken aan als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,00 aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Timmerman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.