Personen- en familierecht

machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Rechtbank Den Haag, 26 april 2022

Zaakgegevens

Op 26 april 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
26 april 2022
Datum publicatie
7 juni 2022
Zaaknummer
C/09/627943
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. H. Gailjaard te 's-Gravenhage.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:5379
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/627943 / FA RK 22-2337

Datum beschikking: 26 april 2022

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[minderjarige]

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. H. Gailjaard te 's-Gravenhage.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 april 2022, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 31 maart 2022 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 14 maart 2022;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 11 april 2022;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 april 2022.

Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de [regiebehandelaar]

- de behandelend [psycholoog]

- [vertegenwoordigers van de stichting] , namens Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, als toehoorders.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het prima met hem gaat. Hij heeft een eigen bedrijfje en een leuke vriendengroep. Ondanks het feit dat hij ADHD en een depressie heeft, probeert hij toch leuke dingen te doen. Helaas is de depressie er altijd, die gaat niet zomaar weg. Betrokkene is gestopt met het medicatiegebruik voor ADHD, omdat deze medicatie niet veel effect had en hij zich hierdoor juist slechter ging voelen. Betrokkene staat weer open voor behandeling bij zijn behandelend psycholoog, maar hij wil echt niet worden opgenomen in een accommodatie. Betrokkene is vijf dagen opgenomen geweest na zijn suïcidepoging in het voorjaar van 2021 en deze opname heeft hem duidelijk gemaakt dat hij dit absoluut niet meer wil. Betrokkene vond de adviezen van de behandeld psycholoog bruikbaar en bovendien heeft hij de laatste tijd steeds meer echte vrienden waar hij terecht kan. Daarnaast wil betrokkene geen opname voor verdere diagnostiek. Hij wil geen stempel krijgen. Betrokkene zal tot zijn achttiende verjaardag bij zijn ouders moeten blijven wonen en hij wil daarna een camper kopen of op kamers gaan wonen. Ook heeft hij zich aangemeld voor een begeleid wonen plek, maar helaas is er een lange wachttijd. Tot slot wil hij ervoor zorgen dat hij zo snel mogelijk zijn opleiding afrondt.

De advocaat heeft namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek bepleit. De voor betrokkene noodzakelijke hulpverlening kan in het vrijwillige kader worden voortgezet. Subsidiair stelt de advocaat zich op het standpunt dat de verplichte zorgvormen beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie, naast de zorgvormen onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, moeten worden afgewezen. Betrokkene wil echt niet worden opgenomen in een accommodatie. De zorgmachtiging is zonder deze zorgvormen al een stok achter de deur, aangezien betrokkene weet dat een opname dreigt op het moment dat hij niet meewerkt aan de behandeling.

De regiebehandelaar heeft naar voren gebracht dat de zorgmachtiging noodzakelijk is omdat betrokkene hulp nodig heeft, maar de ambulante hulpverlening niet van de grond is gekomen. Betrokkene is regelmatig niet bij afspraken verschenen. Ook werd gezien dat betrokkene vanuit het niet kunnen overzien van de situatie en vanuit paniek steeds meer boosheid ging uiten, ook richting de regiebehandelaar en haar collega’s. Betrokkene trok zich bovendien terug uit het contact. Ook is hij op dit moment niet goed ingesteld op medicatie. Wat betreft de opname heeft de regiebehandelaar naar voren gebracht dat lange tijd is geprobeerd betrokkene in het ambulante kader te helpen, maar dit is onvoldoende gebleken. Een opname van een aantal weken is noodzakelijk voor rust, stabiliteit en diagnostiek. Ingezet zal worden op een open plaatsing, om rust te creëren en om te bezien hoe betrokkene functioneert buiten het systeem en in een omgeving zonder zijn ouders. Er zal echt worden gezocht naar de beste hulp en beste mogelijkheid voor diagnostiek voor betrokkene.

De behandelend psycholoog heeft naar voren gebracht dat zij graag de behandeling wil voortzetten, maar dat zij ook het idee heeft dat het vanuit de thuissituatie voor betrokkene lastig is om van de behandeling te profiteren. Bovendien kent zij betrokkene als iemand die een wisselend beeld in gedrag en motivatie laat zien. De behandelend psycholoog zou graag willen onderzoeken waar de depressie bij betrokkene vandaan komt en hoe ernstig het trauma is, zodat vervolgens de juiste hulpverlening kan worden ingezet.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Naast eerder gediagnosticeerde ADHD lijkt sprake te zijn van een zeer verstoorde hechtingsrelatie en trauma, waardoor de persoonlijkheidsontwikkeling ernstig bedreigd wordt.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene heeft aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in zijn ouders en de hulpverlening. Hij verschijnt niet meer op afspraken, hij neemt geen contact op en stopt direct met zijn behandeling wanneer hij het idee heeft dat zijn ouders erbij betrokken raken. De agressie van betrokkene richting zijn ouders is toegenomen en de thuissituatie is onhoudbaar geworden. Bovendien heeft betrokkene zich suïcidaal geuit en wordt gevreesd dat hij ’s nachts in gevaarlijke situaties terecht komt.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Doordat betrokkene zich onttrekt aan ambulante kader behandeling, kan er geen diagnostiek plaatsvinden en kan hij niet behandeld worden. Daardoor stagneert zijn ontwikkeling. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. De zorgvormen onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen worden niet noodzakelijk geacht, omdat er geen sprake is van verslavingsproblematiek of andere problemen in dit kader. Deze zorgvormen zullen dan ook worden afgewezen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij kort voor de zitting weer een gesprek heeft gehad met zijn behandelend psycholoog, maar aangenomen moet worden dat dat onder druk van de zitting is geweest, omdat betrokkene zich al geruime tijd aan de ambulante behandeling heeft onttrokken. Bereidheid tot behandeling in het vrijwillig kader is dus niet aannemelijk geworden.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is geruime tijd geprobeerd om met betrokkene tot een behandelrelatie te komen, maar de hulpverlening in het ambulante kader is onvoldoende van de grond gekomen. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur. Hopelijk zal de diagnostiek en de behandeling de komende periode in goed onderling overleg worden opgestart, dan wel worden voortgezet, zodat deze zorgmachtiging slechts hoeft te worden gebruikt indien dit strikt noodzakelijk is.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[minderjarige]

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 oktober 2022;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door mr. K.M.M. Bertrand als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 april 2022.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 mei 2022.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.