Personen- en familierecht

afwijzing verzoek RvdK tot beëindiging ouderlijk gezag bij gebrek aan belang

Rechtbank Den Haag, 19 december 2024

Zaakgegevens

Op 19 december 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 december 2024
Datum publicatie
19 februari 2025
Zaaknummer
C/09/666003 / FA RK 24-3304
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. L Rijsdam te Leiden, mr. M.F.B. Hersman te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:23204
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

afwijzing verzoek RvdK tot beëindiging ouderlijk gezag bij gebrek aan belang

Uitspraak

rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/666003 / FA RK 24-3304

Datum uitspraak: 19 december 2024

Beschikking van de enkelvoudige kamer

Beëindiging ouderlijk gezag

in de zaak naar aanleiding van het op 7 mei 2024 ingekomen verzoek van:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,de Raad,

betreffende:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,

hierna: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] ,

hierna: [minderjarige 2] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de vader] ,

de vader,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden,

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.F.B. Hersman te Amsterdam.

De rechtbank merkt verder als belanghebbenden ten aanzien van het verzoek betreffende [minderjarige 1] aan:

[de grootmoeder] ,

de grootmoeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 augustus 2024:

  • heeft de rechtbank voor recht verklaard dat het gezag van de man over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is geschorst;

  • is de griffier gelast de schorsing van het gezag in te schrijven in het gezagsregister;

  • is de beslissing ten aanzien van de beëindiging van het gezag aangehouden tot de zitting van [geboortedatum 2] 2024 om 14.15 uur zodat deze gecombineerd behandeld kan worden met de verzoeken in de echtscheidingsprocedure;

  • is de griffier gelast tegen deze zitting op te roepen: de Raad, de man via de Staatscourant, de advocaat van de man, de vrouw, de advocaat van de vrouw, de grootmoeder, de gecertificeerde instelling.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Op [geboortedatum 2] 2024 is de behandeling voortgezet op de gecombineerde behandeling van zowel onderhavig verzoek als het verzoek van de moeder tot echtscheiding met nevenvoorzieningen (C/09/650696 / FA RK 23-5053). Op deze laatste verzoeken wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.

Op de zitting zijn verschenen:

  • [naam 1] namens de Raad;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk J.M. van der Boom;

  • de advocaat van de vader;

  • de grootmoeder;

  • [naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.

De vader heeft blijkens het uittreksel uit het systeem ingevolge de wet BRP geen bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland. De vader is daarom openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de Staatscourant van 3 september 2024. De vader is evenwel niet verschenen.

Aanvullende feiten

- Bij beschikking van deze rechtbank van 19 december 2024 (C/09/650696 / FA RK 23-5053) is, voor zover hier van belang, de echtscheiding tussen de moeder en de vader uitgesproken en is bepaald dat de moeder voortaan alleen het ouderlijk gezag toekomt over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Nu in de echtscheidingsprocedure het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag wordt toegewezen, zal de rechtbank het verzoek van de Raad afwijzen bij gebrek aan belang.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2024 door mr. C. Witteman, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.P. Bas als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 december 2024.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.