Personen- en familierecht

Procedure ontkenning vaderschap. Gelasting DNA-onderzoek.

Rechtbank Den Haag, 8 april 2025

Zaakgegevens

Op 8 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
8 april 2025
Datum publicatie
18 juli 2025
Zaaknummer
C/09/677811 / FA RK 24-9235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:13125
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Procedure ontkenning vaderschap. Gelasting DNA-onderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 24-9235

Zaaknummer: C/09/677811

Datum beschikking: 8 april 2025

Ontkenning vaderschap

Beschikking op het op 10 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M.J. Zennipman te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. T.Y. Tsang te ’s-Gravenhage.

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ,

de minderjarige,

in rechte vertegenwoordigd door mr. F. Borger van der Burg-Holstege,

advocaat te ’s-Gravenhage, in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- het verweerschrift;

- het verslag van de bijzondere curator;

- het F9-bericht van de vrouw van 3 maart 2025;

- het F9-bericht van de man van 4 maart 2025.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning door de man van het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende, minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ;

- De man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.

- De vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2025 is mr. Borger van der Burg-Holstege voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de man in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Partijen hebben geen gemeenschappelijke nationaliteit, zodat de rechtbank op grond van artikel 10:93 in samenhang met artikel 10:92 BW het recht van de gewone verblijfplaats van partijen toepast. Omdat de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland is, wordt het Nederlands recht toegepast.

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:200 vijfde lid, tweede zin van het BW wordt het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning door de vader bij de rechtbank ingediend binnen een jaar nadat de man bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind. Nu de vader binnen voormelde termijn zijn verzoek heeft ingediend, is hij ontvankelijk in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Conform artikel 1:200 BW is de rechtsgrond voor de ontkenning van het vaderschap het feit dat de man niet de biologische vader is van het kind.

De man stelt dat hij niet de biologische vader van [minderjarige] is, omdat hij in de periode van haar verwekking geen gemeenschap met de vrouw heeft gehad. De vrouw betwist dit; zij heeft geen enkele twijfel over het verwekkerschap van de man. De bijzondere curator is van mening dat een DNA-onderzoek door Verilabs moet worden gelast om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen of de man wel of niet de biologische vader van [minderjarige] is. Partijen kunnen zich hier beiden in vinden, zij het dat de vrouw heeft aangegeven dat zij niet over de financiële middelen beschikt om een DNA-onderzoek te betalen.

De rechtbank is van oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of de man al dan niet de biologische vader van [minderjarige] een DNA-test het meest gerede middel is. Nu beide partijen hebben aangegeven dat zij bereid zijn om hieraan mee te werken, zal de rechtbank een dergelijk deskundigenonderzoek bevelen.

De rechtbank zal Verilabs B.V. te Gouda als deskundige benoemen om dit DNA-onderzoek te verrichten. De man en de vrouw dienen voor het maken van een afspraak voor dit onderzoek zelf telefonisch contact opnemen met deze deskundige. Hiervoor moeten zij, binnen twee weken na de datum van deze beschikking, telefonisch contact opnemen via het telefoonnummer: 085-105 1415.

De kosten van het DNA-onderzoek worden voorlopig geschat op € 695,- (inclusief BTW). Op grond van artikel 195 Rv dient de verzoekende partij de kosten van een deskundigenonderzoek in beginsel voorlopig voor zijn rekening te nemen. De man heeft daarbij aangegeven dat hij bereid is om de kosten van het DNA-onderzoek volledig te dragen.

De rechtbank benadrukt dat partijen op grond van het bepaalde in artikel 198, derde lid Rv verplicht zijn om mee te werken aan het deskundigenonderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. Dit betekent dat de rechtbank ook zonder uitslag van het DNA-onderzoek kan beslissen op de aan de rechtbank voorliggende verzoeken.

Aanhouding beslissing

Aangezien het voor het voorliggende verzoek van belang is dat eerst wordt vastgesteld of de man de verwekker van [minderjarige] is, zal de rechtbank de beslissing pro forma aanhouden voor de duur van drie maanden, tot de hierna te noemen datum. Na ontvangst van voormeld rapport zullen partijen (via hun advocaten) in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk hierop te reageren en het door hen gewenste verdere procesverloop van deze zaak kenbaar te maken.

Beslissing

De rechtbank:

beveelt een onderzoek door een deskundige van het DNA van:

  1. de man: [de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;

  2. de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ;

en legt aan deze deskundige de vraag voor welke conclusie er aan de hand van zijn bevindingen moet worden getrokken ten aanzien van het eventuele verwekkerschap van de man;

benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten en de bovenstaande vraag zal beantwoorden: een deskundige, verbonden aan Verilabs Nederland B.V., Einsteinweg 5, 2333 CC Leiden (telefoonnummer 071-5284696), postadres: Verilabs Nederland B.V., Postbus 1336, 2302 BH Leiden;

beveelt dat partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking telefonisch een afspraak maken met Verilabs;

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas behoeft aan te vangen nadat de man een voorschot ter grootte van € 695,-, inclusief BTW7 Bij behandeling ter terechtzitting: -aan partijen voorleggen dat deskundige het onderzoek pas aanvangt na storting door (een/ieder der) partijen -in de beschikking aan te wijzen- van een voorschot –met partijen het maximum voorscht bespreken. Na de zitting neemt de gerechtsecretaris telefonisch contact op met de deskundige om te vragen of de deskundige bereid id het onderzoek te verrichten en wat de begrote kosten zijn. Indien het kosten met partijen besproken maximum overschrijden moet nader (telefonisch) overleg met partijen plaatsvinden., heeft gedeponeerd – zulks als voorschot op de nader te bepalen kosten van het deskundigenonderzoek – en de griffier de deskundige van de ontvangst daarvan op de hoogte heeft gesteld; ter voldoening van het genoemde voorschot zal de man een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR); de man dient het factuurbedrag binnen drie weken na ontvangst van deze factuur te voldoen;

bepaalt dat indien het voorschot niet tijdig wordt voldaan, de wederpartij van degene die het voorschot niet betaalt na sommatie van de niet-betalende partij de rechtbank kan verzoeken een beschikking te geven;

bepaalt dat de benoemde deskundige een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend Een termijn van 3 maanden na dagtekening beschikking bericht omtrent zijn onderzoek uiterlijk op 1 juli 2025, vergezeld van zijn declaratie zal zenden naar de griffie van deze rechtbank, team Familie, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zendt;

HR 011289, NJ’90, 216: De man staat als vermoedelijke verwekker niet in een familierechterlijke

betrekking tot de minderjarige: De vaderschapsactie is uitsluitend een onderhoudsactie en juist

niet een afstammingsactie.

Compensatie van de proceskosten zou er toch weer een afstammingsfacet aan geven.

M.a.w.: Bij toewijzing van het verzoek wordt de man als de in het ongelijk gestelde partij in de

kosten van verzoekster veroordeeld.

houdt iedere verdere beslissing - ook ten aanzien van de kosten van het deskundigenonderzoek – aan tot 15 juli 2025.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 april 2025.