Personen- en familierecht

voorlopige voorzieningen bij echtscheiding; overeenstemming

Rechtbank Den Haag, 30 juli 2026

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
30 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/706870 / FA RK 26-5826
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.W. Kuiper te ‘s-Gravenhage, mr. A. Vijftigschild te Leidschendam
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:24730
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorzieningen bij echtscheiding; overeenstemming

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-5826

Zaaknummer: C/09/706870

Datum beschikking: 30 juli 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 10 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.W. Kuiper te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Vijftigschild te Leidschendam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;

  • het verweerschrift.

Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw met haar advocaat;

  • de man met zijn advocaat en tolk M. Kada.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt. De minderjarige [de minderjarige 3] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd.

  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2025 te [geboorteplaats] .

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

  • de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;

  • een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, als volgt:

- de twee jongste kinderen zullen eens per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man verblijven;

- de twee oudste kinderen zullen in onderling overleg met de man contactmomenten afstemmen;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De man voert – met referte voor het overige – verweer tegen het uitsluitend gebruik en verzoekt te bepalen dat hij een termijn van drie maanden krijgt om de echtelijke woning te verlaten.

Beoordeling

Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over het uitsluitend gebruik, de toevertrouwing en de voorlopige zorgregeling. De rechtbank neemt de afspraken op in het dictum en beschouwt de verzoeken voor het overige als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning uiterlijk op 30 augustus 2026 dient te verlaten en verder niet mag betreden;

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ,

  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats] ,

  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats] ,

  • [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2025 te [geboorteplaats] ,

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] bij zich te hebben eens per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is het contact met de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in onderling overleg met hen af te stemmen;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 juli 2026.