Personen- en familierecht
Niets meer te beslissen ten aanzien van een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing
Rechtbank Den Haag, 11 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30010 · Rechtbank Den Haag · 11 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30010
Zaakgegevens
Op 11 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 september 2026
- Datum publicatie
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/711853 / JE RK 26-1547
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N.M.H.M. den Dekker uit Breda, mr. R. Charité uit Den Haag
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30010
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niets meer te beslissen ten aanzien van een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/711853 / JE RK 26-1547
Datum uitspraak: 11 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling; niets meer te beslissen
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2026 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,
hierna ook tezamen te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N.M.H.M. den Dekker uit Breda,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R. Charité uit Den Haag.
1 Het verdere verloop van de procedure
Bij de (spoed)beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 1 september 2026 is het (spoed)verzoek tot de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een voorziening voor pleegzorg in zijn geheel aangehouden tot deze zitting.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
de beschikking van 1 september 2026 en de daarin genoemde stukken;
-
het bericht van de gecertificeerde instelling van 11 september 2026.
2 De beoordeling
Blijkens het bericht van 10 september 2026 handhaaft de gecertificeerde instelling het eerder ingediende verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een voorziening voor pleegzorg niet. De kinderrechter constateert daarom dat zij in deze zaak geen beslissing meer hoeft te nemen.
Daarom zal het dictum als volgt luiden.
3 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.