Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag · Bodemzaak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag, 27 december 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:14482 · Rechtbank Den Haag · 27 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2022-14482
Zaakgegevens
Op 27 december 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 december 2022
- Datum publicatie
- 5 januari 2023
- Zaaknummer
- C/09/636372 / HA ZA 22-853
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14482
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HERSTELVONNIS. ZIE ECLI:NL:RBDHA:2022:13630
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/636372 / HA ZA 22-853
Herstelvonnis van 27 december 2022
in de zaak van
[eiser] , te [plaats 1],
eiser,
advocaat mr. M. Breur te Den Haag,
tegen
[gedaagde] , te [plaats 2],
gedaagde,
advocaat mr. D.G. Lasschuit te Leiden.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1 Het verzoek tot verbetering
Bij e-mail van 21 december 2022 heeft mr. Lasschuit namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om verbetering van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van
9 december 2022, in die zin dat de beslissing in reconventie alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
De rechtbank heeft mr. Breur in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk vrijdag 23 december 2022 over dit verzoek uit te laten. De rechtbank heeft geen tijdige reactie van mr. Breur namens [eiser] ontvangen. Ook op 27 december 2022 was geen reactie binnengekomen.
2 De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat in het proces-verbaal van 9 december 2022 sprake is van een verzuim, dat zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat onder 2 van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 december 2022, waar staat:
“in reconventie
heft op het op 22 juli 2022 namens [eiser] ten laste van [gedaagde] gelegde conservatoire beslag op het onverdeeld aandeel van [gedaagde] in de registergoederen te [plaats 3], ingeschreven in de openbare registers onder Onroerende Zaken [nummer];
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.”
wordt aangevuld met “verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.”, zodat het dictum in reconventie in zijn geheel luidt:
“2.4. heft op het op 22 juli 2022 namens [eiser] ten laste van [gedaagde] gelegde conservatoire beslag op het onverdeeld aandeel van [gedaagde] in de registergoederen te [plaats 3], ingeschreven in de openbare registers onder Onroerende Zaken [nummer];
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.”
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 27 december 2022 wordt vermeld op de minuut van het proces-verbaal van 9 december 2022.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2022 en bij afwezigheid van mr F.B. Bakels is ondertekend door mr. A.C. Bordes.