Strafrecht overig

Verschoning. Verzoek toegewezen.

Zaakgegevens

Op 19 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 maart 2026
Datum publicatie
31 maart 2026
Zaaknummer
C/09/701579 / KG RK 26- 487
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7258
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verschoning. Verzoek toegewezen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rechtbank den haag

Verschoningskamer

Verschoningsnummer: 2026/08

Zaak-/rekestnummer: C/09/701579 / KG RK 26- 487

Beslissing van 19 maart 2026

van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van

mr. M.M. Koers,

rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag,

hierna de rechter,

belast met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 09-254406-25 van de verdachte:

[verdachte] ,

wonende te [woonplaats] ,
verdachte,

bijgestaan door mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam.

Als belanghebbende is aangemerkt: mr. I.G.M. Oostrom, officier van justitie.

1 De procedure

1.1.

Het verschoningsverzoek van de rechter is gedaan op 12 maart 2026.

1.2.

Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2 Het verschoningsverzoek

2.1.

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:

? een procespartij maakt onderdeel uit van de zakelijke kennissenkring van de rechter.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4. De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat het proces in de strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

* de rechter;

* de verdachte, p/a mr. G.N. Weski;

* de officier van justitie, p/a mr. I.G.M. Oostrom.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 19 maart 2026 door mrs. S.M. Krans,

S.M. Westerhuis-Evers en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier.