Bestuursrecht overig
het beroep is niet-ontvankelijk
Rechtbank Gelderland, 7 juli 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:4463 · Rechtbank Gelderland · 7 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2015-4463
Zaakgegevens
Op 7 juli 2015 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 7 juli 2015
- Datum publicatie
- 8 juli 2015
- Zaaknummer
- AWB - 15 _ 2458
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2015:4463
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
het beroep is niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/2458
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] , te Arnhem, eiseres
(gemachtigde: H.M. van Vliet),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem te Arnhem, verweerder.
1 Overwegingen
Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, het beroep kennelijk ongegrond is, of het beroep kennelijk gegrond is.
Bij brief van 18 augustus 2014 heeft eiseres met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, verzocht om alle bij de gemeentelijke afdelingen bekende dossiers en documentatie te verstrekken danwel ter inzage te leggen, die betrekking hebben op [naam] , c.q. de adressen [adres 1] , [adres 2] [adres 3] , alsmede het naastgelegen terrein van [naam terrein] voor zover van toepassing.
Bij een op 17 oktober 2014 bij verweerder ingekomen formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen is verweerder erop gewezen dat de termijn voor het beslissen op aanvraag op 15 oktober 2014 is verstreken en wanneer verweerder niet binnen twee weken alsnog een besluit neemt, verweerder een dwangsom verschuldigd is.
Bij besluit van 31 oktober 2014 heeft verweerder op de aanvraag beslist. Op 30 oktober 2014 zijn de stukken ter inzage gelegd en heeft eiseres van relevante fysiek gearchiveerde documenten en van alle digitaal gearchiveerde documenten kopieën ontvangen. Bij dit besluit is eiseres voorts in het bezit gesteld van de verzochte (onder)mandaatbesluiten. Het verzoek om een dwangsom te bepalen is bij dit besluit afgewezen.
Namens eiseres is op 6 mei 2015 beroep ingesteld tegen het niet nemen van het besluit op aanvraag op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het niet vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij besluit van 31 oktober 2014 heeft gereageerd op het verzoek van eiseres alsmede over het verschuldigd zijn van een dwangsom. Daarmee is op de aanvraag beslist en een besluit omtrent de dwangsom genomen. Van het niet tijdig nemen van een besluit, als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het vorenstaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
De stelling van eiseres dat zij niet de juiste documenten heeft gekregen, betreffen de rechtmatigheid van het besluit van 31 oktober 2014. Dat kan in deze procedure niet aan de orde komen, omdat tegen dat besluit geen beroep is ingesteld en het beroep ook van rechtswege daartegen niet gericht is, nu het beroep niet tijdig niet-ontvankelijk is.
Gelet op het bepaalde in artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb wordt als volgt beslist.
2 Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
|
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.W.P. van Gastel, rechter, in tegenwoordigheid van H. de Groot, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: |
||
|
griffier |
rechter |
|
|
Afschrift verzonden aan partijen op: |
||
|
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum verzet doen bij de Rechtbank Gelderland, bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. De indiener van het verzet kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Bij het doen van het verzet dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het verzetschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen verzet wordt gedaan; d. de gronden van het verzet. |