Bestuursrecht overig

voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang

Rechtbank Gelderland, 2 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 2 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
2 oktober 2026
Datum publicatie
29 september 2026
Zaaknummer
ARN 26/4255
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7445
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/4255


uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2026

in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker met betrekking tot de opgelegde last onder bestuursdwang voor overtredingen op de locatie [adres] in [woonplaats] . Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3.1.

Het college heeft geconstateerd dat er op de locatie [adres] in [woonplaats] in één van de loodsen slaapgelegenheden zijn gecreëerd. Ook is er een keuken gerealiseerd en zijn er sanitaire voorzieningen aanwezig. Daarnaast is geconstateerd dat er een stookinstallatie aanwezig is die niet SCIOS-gekeurd is. Het college heeft vervolgens een last onder bestuursdwang opgelegd.

3.2.

Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat hij er niet in slaagt om voor 29 augustus 2026 aan de opgelegde last onder bestuursdwang te voldoen.

3.2.

Het college heeft bij besluit van 28 augustus 2026 de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar.

3.3.

Gelet op het verlengen van de begunstigingstermijn door het college en het feit dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd waarom er nog sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.