Arbeidsrecht

Ontslag op staande voet is disproportioneel vanwege de persoonlijke omstandigheden van werkneemster en wordt…

Rechtbank Gelderland, 13 mei 2025

Zaakgegevens

Op 13 mei 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
13 mei 2025
Datum publicatie
20 augustus 2025
Zaaknummer
11572041 \ HA VERZ 25-37
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:6984
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontslag op staande voet is disproportioneel vanwege de persoonlijke omstandigheden van werkneemster en wordt vernietigd. Wel ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgevers op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: 11572041 \ HA VERZ 25-37

Beschikking van 13 mei 2025

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [plaats] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. T.F. Quaars,

tegen

1 KONINKLIJKE POSTNL B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,
2. POSTNL PAKKETTEN BENELUX B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

verwerende partijen,

hierna samen te noemen: werkgevers,

afzonderlijk te noemen: PostNL en PostNL Pakketten,

gemachtigden: mr. B. Filippo en mr. S.R. Sripal.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt de werkneemster om vernietiging van een ontslag op staande voet.

De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat het ontslag niet rechtsgeldig is. Vervolgens ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomsten op verzoek van beide werkgevers op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, tevens houdende een verzoek om een voorlopige voorziening

- het verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk verzoek om ontbinding.

1.2.

De zaak is behandeld op 29 april 2025. Verschenen is [verzoekster] , bijgestaan door mr. Quaars. Namens PostNL en PostNL Pakketten zijn verschenen [naam 1] en

[naam 2] , bijgestaan door mr. Filippo en mr. Sripal.

Mr. Quaars en mr. Filippo hebben een pleitnota voorgedragen en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder nog is besproken.

1.3.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Het PostNL concern houdt zich - kort samengevat - bezig met het vervoer en de bezorging van postzendingen in de ruimste zin van het woord. PostNL en PostNL Pakketten zijn bedrijfsonderdelen van PostNL.

2.2.

[verzoekster] , 32 jaar, is sinds 5 september 2016 in dienst bij PostNL en sinds 1 april 2024 bij PostNL Pakketten. De functie van [verzoekster] is post- c.q. pakketbezorgster. Zij werkt 34 uur per week bij PostNL en ontvangt daarvoor een loon van € 2.055,90 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Bij PostNL Pakketten werkt zij 14 uur per week voor een salaris van € 893,20 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Beide arbeidsovereenkomsten betreffen contracten voor onbepaalde tijd. Voor de arbeidsovereenkomst met PostNL geldt een opzegtermijn van twee maanden en voor die met PostNL Pakketten van één maand.

2.3.

Op de arbeidsovereenkomsten is de CAO voor PostNL van 1 april 2024 tot en met 30 juni 2026 van toepassing.

2.4.

Op 4 januari 2025 heeft [naam 3] (werkzaam als Teammanager People bij PostNL, hierna: [naam 3] ) om 10.09 uur een e-mail aan [verzoekster] gestuurd waarin zij schrijft:

Zojuist heb ik je geprobeerd te bellen. [naam 4] is op het depot in [plaats] en heeft de posttassen voor de wijk van jouw collega niet aangetroffen. Ondanks de opdracht dat je deze wijk niet mag uitvoeren. Je wordt daarom per direct op non-actief gezet en verzocht alle resterende post per direct terug te brengen naar het depot. [naam 4] blijft daar en neemt de post in ontvangst.

Aanstaande dinsdag voor 09:00 uur verwachten wij van jou een verklaring waarom jij opdrachten niet opvolgt. Daarnaast wil ik dat je in de verklaring ingaat op waarom jij op het depot opdrachten voor chauffeurs hebt opgehangen over de adressen in [plaats] ( [straatnaam] en [straatnaam] ) en waarom chauffeurs volgens bericht bij belevering naar jou moeten bellen.

2.5.

Later die dag heeft een incident plaatsgevonden tussen [verzoekster] en [naam 5] (werkzaam als Teammanager Logistiek bij PostNL, hierna: [naam 5] ) naar aanleiding waarvan ook PostNL Pakketten [verzoekster] per e-mail op 6 januari 2025 op non-actief heeft gesteld

2.6.

Op 6 januari 2025 heeft [verzoekster] haar verklaring over de gebeurtenissen op 4 januari 2025 aan PostNL gestuurd. Hierin schrijft zij onder meer het volgende:

(…)

4. Incident met [naam 4] is na de melding dat ik geschorst was gebeurd, en na bericht inmenging van Pakketten, dit misschien wel goed om te weten. Beide vond ik echt heel heftig en buitensporig heftig en te groot voor wat ik gedaan zou hebben. Meermaals aangegeven dat ik niet naar het depot kwam, omdat ik het echt gepest en getreiter vond. Voelde me niet serieus genomen ook omdat er geen andere manieren aangedragen werd om het te deescaleren. [naam 3] nam niet op op mijn telefoon naar haar voordat [naam 4] op het depot was. Maar op haar tijd belde ze me opeens wel heel dwingend. De toon en boosheid vond ik ook wel ingrijpend, ze sloot af door de telefoon erop te gooien. Ook hier geen bereidheid om de situatie te deescaleren. Vond het ook vrij heftig dat onder mijn andere werkzaamheid de achtervolging werd ingezet, terwijl je kon zien dat het niet goed met me ging. Omdat dit op zaterdag gebeurde was niemand aanwezig ondanks dat ik vele geprobeerd heb te bellen om ondersteuning en raad, maar stond er alleen voor. Omdat ik ook de gedachte bij mijn andere werk was en door alle gebeurtenissen kon ik ook niet meer helder nadenken. De politie heb ik in de nood gebeld en is erbij gehaald, omdat ik ook de situatie als zeer onveilig ervaarde. In de wachtenstijd vond ik het heftig dat [naam 4] bij het vinden van mijn bus zo hard op mijn ramen en deuren zat te bonzen, vooral haar gezichtsuitdrukking schokte me een enorme boosheid en haat ervaarde ik. Had haar laten zien dat ik de politie aan de lijn had en toch blijven bonzen, merkte geen inleving of andere houding dat ze merkte dat het teveel voor me werd. Vond het schokkend dat de politie zo'n harde toon opstelde naar mij toe, omdat ik aangaf dat ik zo eronder doorgaat door het gedrag van leidinggevende en de symptomen die daaruit voortkwam, ook de harde toon als je wat minder goed uit je woorden kwam en van de spanning wat minder goed overal op reageer vond ik schokkend. Stond er op de politieauto Veiligheid, dat was ver te zoeken die ik probeerde te vinden bij de politie. Vond het echt heel pijnlijk dat er vrolijk gelachen werd met de agenten door [naam 4] , terwijl ik alles kwijt geraakt was op dat moment. Het spijt me dat toen het moment eraan kwam dat ik alles echt kwijt was en er zo vrolijk werd gedaan, dat ik [naam 4] toen schade heb toegebracht. Kan ook bijna niet geloven dat ik dit gedaan heb, omdat ik zelfs geen vlieg durft kwaad te doen. Schokte me dat ook [naam 6] voor de inname bus zo lachend erbij stond. Waarom moest iedereen lachen? Was het omdat ze nu hadden wat ze graag wilden? De gevangenneming, uren in de bewaring cel, overhoring en later de berechting is ook een grote straf. Al is het niet kunnen bezorgen van mijn wijk zie ik als de allerergste straf. Hopelijk kan het bij deze straf bij de politie gezien worden als vereffening van het gebeuren met [naam 4] . Hopelijk nemen jullie ook mee de situatie, de vele negatieve ervaringen, en dat ik in een periode zit dat ik persoonlijk niet in de beste fase zit door alles wat er gebeurt bij PostNL heb hulp gevraagd om de situatie te kunnen handelen vanwege de grote angsten, wanhoop, paniek en benauwdheden van wat me allemaal overkomt bij PostNL.

2.7.

[verzoekster] heeft op 7 januari 2025 de volgende e-mail gestuurd aan PostNL:

Zou het mogelijk zijn om voor werktijd de uitslag te krijgen. Want kan echt niet zonder mijn werk en wijk. Als een gesprek met HR nodig is, zou dit alstublieft vandaag, dinsdag 7 januari mogen zijn om 8.00, zodat bij een positieve uitslag ik niet een dag zonder mijn werk hoeft te zitten.

Alstublieft vergeef hetgeen wat ik verkeerd heb gedaan. En wees me genadig door mijn wijken terug te geven.

En op 8 januari 2025 mailt [verzoekster] :

Ik smeek jullie allen echt om jullie uiterste best te doen om te gaan voor mijn behoud.

Alstublieft wees me genadig hierin door een milde opstelling en het verkeerde te vergeven.

2.8.

Op 10 januari 2025 hebben PostNL en PostNL Pakketten [verzoekster] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat onder meer het volgende:

Vandaag hebben uw leidinggevende, [naam 6] , Procesmanager E-Commerce, samen met [naam 7] , Procesmanager E-Commerce, en [naam 3] , Teammanager People MailNL, samen met [naam 8] , People Coach MailNL, u gebeld om u te vertellen dat u arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang is beëindigd. U nam de telefoon niet aan. Met deze brief laat ik u weten dat PostNL uw arbeidsovereenkomsten als Postbezorger en Pakkettenbezorger per direct op 10 januari 2025 heeft beëindigd. Dit betekent dat u op staande voet bent ontslagen.

Waarom bent u op staande voet ontslagen?

Op zaterdag 4 januari 2025 heeft u, terwijl het u meermaals was vertelt dat u dit niet mocht doen, de wijk [nummer] met een bus van PostNL E-Commerce van het depot opgehaald. [naam 5] , Teammanager Logistiek MailNL, constateerde op het depot dat de wijk [nummer] niet op het depot stond. [naam 5] constateerde tevens op het depot dat u opdrachten voor chauffeurs had opgehangen over de belevering van het depot. Er hangt een briefje over adressen in [plaats] ( [straatnaam] en [straatnaam] ) dat deze in de rode bak zouden zitten en voor [plaats] zouden zijn. Ook hangt er een briefje dat de chauffeurs u moeten bellen bij de belevering. U krijgt van [naam 3] , Teammanager People, de opdracht om de wijk terug te brengen en de mededeling dat u op non-actief bent gezet. Dit weigerde u te doen. U stuurde een Whatsapp-bericht naar [naam 5] waarin u zei dat ze u kon opzoeken in de wijk. [naam 5] verzocht u middels een reactie op uw Whatsapp-bericht om naar het depot te komen om de posttassen van de wijk [nummer] af te geven. Dit weigerde u. U gaf in een Whatsapp-bericht aan dat u voor ander werk in de wijk [naam wijk] was. [naam 5] kreeg geen reactie op de vraag waar u precies in de wijk [naam wijk] was. Ze is u met de auto gaan opzoeken met als doel de posttassen bij u op te halen. U komt elkaar tegemoet rijden, waarna u de bus van E-Commerce keert en wegrijd. [naam 5] rijd achter u aan, maar verliest u uit het oog wegens de hoge snelheid waarmee u rijd. [naam 5] vind u om 11:13 uur in de [straatnaam] ter hoogte van de Spar. U zit in de bus van E-Commerce en heeft de bus op slot gedaan. U weigerde om uit de bus te komen. U laat [naam 5] zien dat u de politie belt, waarna [naam 5] ook de politie belt. Intussen zijn collega’s van E-Commerce op de hoogte gesteld en zijn [naam 6] , Procesmanager E-Commerce, en [naam 7] , Procesmanager E-Commerce, met een reservesleutel onderweg naar de bus in [plaats] . Wanneer de politie verschijnt komt u uit de bus. U krijgt nogmaals de opdracht van [naam 5] om de posttassen van de wijk [nummer] te

overhandigen. U weigert. U wilt de bus ook niet opendoen wanneer de politie daar om vraagt.

Uiteindelijk heeft de politie u uit de bus gepraat. Vanuit het niets valt u [naam 5] van achteren aan. Ze valt op de grond. De agenten halen u van haar af. [naam 5] heeft verwondingen aan haar handen en heeft last van haar been. U wordt door de politieagenten geboeid afgevoerd. [naam 5] doet dezelfde dag nog aangifte wegens mishandeling met letsel. Op 6 januari 2025 heeft [naam 6] , Procesmanager E-Commerce, u via een e-mail medegedeeld dat u op non-actief bent gezet.

Gebeurtenissen na het handgemeen

Op zaterdag 4 januari 2025 is er, naar aanleiding van het handgemeen richting [naam 5] , een

incidentmelding gemaakt. Deze melding is door PostNL Security in behandeling genomen. Op

maandag 6 januari 2025 stuurde u om 12:55 uur het volgende Whatsapp-bericht naar [naam 3]

: “Jammer dat je mij het leven niet gunde”. Lijkende op een mogelijk afscheidsbericht hebben

[naam 3] en [naam 9] met verschillende instanties en collega’s gebeld; Zorg van de

Zaak, 113, afdeling PostNL Security, HR Managers, Manager People, afdeling Labour Affairs en

verzuimspecialisten PostNL. Rond 16:00 uur heeft [naam 3] telefonisch aangifte gedaan van

vermissing van u. De politie heeft u in de avond van 6 januari 2025 gevonden. Op 7 januari 2025 bent u rond 02:15 onaangekondigd op het Sorteercentrum Brieven in [plaats] verschenen. U wilde iemand van HR spreken. U maakte een verwarde indruk en kon bijna niet lopen. [naam 10] , Procescoördinator, heeft u naar de kantine gebracht. Hij heeft wegens zorgen een ambulance en de politie laten komen. Om 05:00 uur bent u door uw ouders opgehaald. Later in de ochtend van dezelfde dag bent u naar het Pakkettendepot in [plaats] gegaan om uw auto en persoonlijke bezittingen op te halen. In de middag van dezelfde dag bent u onaangekondigd op het

Stationspostgebouw in Den Haag verschenen en zei u een afspraak te hebben met de manager van

de Medezeggenschap. U bent verzocht om het pand te verlaten en dat heeft u ook gedaan. PostNL

Security is op de hoogte gesteld van uw bezoek.

Uw schriftelijke verklaring is niet afdoende

Op zaterdag 4 januari 2025 heeft [naam 3] , Teammanager People, u de opdracht gegeven

om een schriftelijke verklaring in te leveren over waarom u opdrachten niet opvolgt en waarom u

berichten voor chauffeurs heeft opgehangen. PostNL heeft deze schriftelijke verklaring op maandag 9 januari 2025 ontvangen. In uw verklaring verklaart u tevens over het handgemeen met [naam 4]

[naam 5] . Hieronder wordt verwezen naar punten uit uw verklaring. U vindt uw complete verklaring als bijlage bij deze brief.

(…)

Waarom vindt PostNL uw verklaring niet afdoende?

Wanneer PostNL u een redelijke opdracht geeft, zoals niet meenemen van posttassen of het moeten terugbrengen van posttassen, dan dient u deze opdrachten uit te voeren. Dit heeft u niet gedaan. Er is meermaals contact met u opgenomen en de opdrachten zijn u meermaals vertelt. U zegt er eigen redenen voor te hebben om de opdrachten niet op te volgen. Nadat u deze opdrachten niet heeft uitgevoerd is de situatie geëscaleerd en heeft u [naam 5] , Teammanager Logistiek MailNL, tijdens uw werkzaamheden als Pakkettenbezorger bij PostNL E-Commerce fysiek aangevallen en schade toegebracht. Elke vorm van geweld keurt PostNL af en is ontoelaatbaar.

In uw verklaring verwijst u naar uw persoonlijke situatie; uw grote angsten, wanhoop en paniek.

PostNL was deels op de hoogte van uw persoonlijke situatie en heeft u hier hulp voor aangeboden.

Via PostNL heeft u Bedrijfsmaatschappelijk hulp gehad en kon u terecht bij de bedrijfsarts van Zorg

van de Zaak. Via Zorg van de Zaak kreeg de mogelijkheid om een traject bij Skills te starten. PostNL

is akkoord gegaan met de offerte. U zou nog bericht krijgen over wanneer dit traject zou starten.

Daarnaast heeft u op 16 december 2024 een persoonlijk gesprek gehad met [naam 3] ,

Teammanager People en [naam 9] , HR Consultant. Tijdens dit gesprek is uw persoonlijke

situatie ook besproken en heeft u het advies gekregen om via het sociaal team van de gemeente

waarin u woont hulp te zoeken. Tijdens dit gesprek is uw nieuwe rooster besproken. Juist omdat [naam 3] wist dat het nieuwe rooster impact zou hebben is gekozen om dit middels een

persoonlijk gesprek te doen.

Uw collega’s moeten zich veilig voelen tijdens de uitoefening van de werkzaamheden. Het is aan u

om zich als een goed werknemer te blijven gedragen. U dient respectvol en professioneel te blijven.

Dat heeft u niet gedaan door zich onbehoorlijk uit te laten tegen [naam 5] door haar fysiek aan te vallen. Dit gedrag is onacceptabel. Verder is in de Gedragslijn en de Business Principles

aangegeven dat als u zich niet als goed werknemer gedraagt, dit voor PostNL een onhoudbare en

onacceptabele situatie is. En dat PostNL dit als een overtreding beschouwt. Het gedrag dat u richting [naam 5] heeft getoond getuigt niet van het gedragen als een goed werknemer.

Bij uw arbeidsovereenkomst en de bijlagen, zoals de Gedragslijn en de Business Principles, horen verplichtingen. PostNL vindt dat u deze verplichtingen niet bent nagekomen en dat is niet acceptabel. Door op deze manier te handelen, heeft u ons vertrouwen in u onherstelbaar beschadigd. Ook heeft u hiermee het vertrouwen van onze klanten en de goede naam van PostNL ernstig beschadigd. Bovengenoemde feiten leveren ieder voor zich dan wel in onderlinge samenhang bezien een dringende reden op in de zin van artikel 7:678 Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat ook indien (slechts) een deel van de bovengenoemde feiten en omstandigheden komt vast te staan, PostNL op grond van die feiten en omstandigheden van oordeel is dat er sprake is van een dringende reden in de zin van de wet. Onder deze omstandigheden kan immers niet langer van PostNL gevergd worden de arbeidsovereenkomst met u voort te zetten. Daarom heeft PostNL besloten de arbeidsovereenkomst met u per direct op 10 januari 2025 te beëindigen volgens de artikelen 7:677 en 7:678 Burgerlijk Wetboek. U bent dus op staande voet ontslagen.

(…)

2.9.

Bij brieven d.d. 9 en 14 januari 2025 heeft de gemachtigde van [verzoekster] bij zowel PostNL als PostNL Pakketten bezwaar gemaakt tegen de non-actiefstelling en het ontslag op staande voet en een beroep gedaan op de vernietigbaarheid daarvan. PostNL en PostNL Pakketten hebben vervolgens te kennen gegeven het ontslag op staande voet te handhaven.

2.10.

[naam 3] heeft aangifte gedaan tegen [verzoekster] naar aanleiding van het incident op 4 januari 2025. Bij brief van 4 februari 2025 heeft de Officier van Justitie aan [verzoekster] meegedeeld dat niet tot vervolging wordt overgegaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Een dag vast te stellen waarop deze zaak ter zitting zal worden behandeld;

II. Bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding PostNL en

PostNL Pakketten te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van haar salaris

vanaf 10 januari 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomsten tussen partijen rechtsgeldig zijn geëindigd en [verzoekster] in staat te stellen om de bedongen werkzaamheden te verrichten, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat PostNL en/of PostNL Pakketten in gebreke blijft;

Daarnaast verzoekt [verzoekster] :

Primair:

III. Het ontslag op staande voet te vernietigen;

IV. PostNL en/of PostNL Pakketten te verplichten [verzoekster] binnen 24 uur

na betekening van de te wijzen beschikking toe te laten tot de overeengekomen

werkzaamheden tot het moment dat de arbeidsovereenkomsten tussen partijen

rechtsgeldig zijn geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat PostNL en/of PostNL Pakketten in gebreke blijft;

V. PostNL en PostNL Pakketten te veroordelen tot betaling van het salaris van

[verzoekster] vanaf 10 januari 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomsten tussen partijen rechtsgeldig zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

Subsidiair:

VI. PostNL en PostNL Pakketten hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een

billijke vergoeding aan [verzoekster] van € 25.000,00;

VII. Aan [verzoekster] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe te kennen ten laste van PostNL van € 6.661,12 bruto en ten laste van PostNL Pakketten van € 1.929,49 bruto;

VIII. PostNL en PostNL Pakketten te veroordelen tot betaling aan [verzoekster]

van een transitievergoeding van € 6.181,93 respectievelijk € 251,08 bruto;

Meer subsidiair:

IX. Voor het geval de arbeidsovereenkomsten wel zijn geëindigd door het ontslag op staande voet, PostNL en PostNL Pakketten te veroordelen tot betaling aan

[verzoekster] van een transitievergoeding van € 6.181,93 respectievelijk € 251,08 bruto.

Primair, subsidiair en meer subsidiair:

X. PostNL en PostNL Pakketten te veroordelen tot betaling aan [verzoekster]

van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

XI. PostNL en PostNL Pakketten hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt [verzoekster] - kort gezegd - dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat geen sprake is van een dringende reden, althans de dringende reden niet onverwijld is meegedeeld, en het ontslag op staande voet disproportioneel is. Bij wijze van voorlopige voorziening verzoekt zij doorbetaling van haar salaris en wedertewerkstelling. In de bodemprocedure verzoekt [verzoekster] primair om vernietiging van het ontslag op staande voet, wedertewerkstelling en betaling van haar salaris. Subsidiair verzoekt zij dat haar werkgevers worden veroordeeld een billijke vergoeding van € 25.000,00 aan haar te betalen wegens het onterechte ontslag op staande voet en het handelen in strijd met goed werkgeverschap, alsmede de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

3.3.

PostNL en PostNL Pakketten voeren verweer en stellen dat de verzoeken van [verzoekster] moeten worden afgewezen. Zij voeren - samengevat - aan dat zij het ontslag op staande voet wel degelijk rechtsgeldig hebben gegeven. Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekster] heeft zij volgens hen geen recht op enige vergoeding. Terugkeer op de werkvloer is volgens werkgevers in de gegeven omstandigheden geen optie.

3.4.

Bij wege van voorwaardelijk verzoek, in het geval de kantonrechter het ontslag op staande voet vernietigt, verzoeken PostNL en PostNL Pakketten om de arbeidsovereenkomsten met [verzoekster] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, primair op grond van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekster] , subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang bij de beoordeling van de verzoeken, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

Ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven

4.1.

Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft. Ontslag op staande voet is een ultimum remedium dat, gelet op de verstrekkende gevolgen, slechts gegeven mag worden als van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren.

4.2.

Voor de beoordeling van de vraag of het door PostNL en PostNL Pakketten aan [verzoekster] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [verzoekster] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 10 januari 2025 maatgevend. Het geschil wordt dan ook afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Uit de brief volgt dat aan het ontslag op staande voet - kort gezegd - de gebeurtenissen op 4 januari 2025 ten grondslag liggen, waarbij de nadruk ligt op het incident in de wijk met [naam 5] .

4.3.

De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [verzoekster] dat PostNL Pakketten geen dringende reden had voor een ontslag op staande voet, omdat de gebeurtenissen zich hebben voorgedaan tussen [verzoekster] en PostNL en PostNL Pakketten daar niet bij betrokken was. Niet alleen zijn PostNL en PostNL Pakketten nauw met elkaar verweven entiteiten van het PostNL-concern, maar ook is gebleken dat [verzoekster] haar werkzaamheden voor beide werkgevers regelmatig combineerde. Het incident met [naam 5] heeft ook plaatsgevonden toen [verzoekster] aan het werk was voor PostNL Pakketten en in haar bestelbus postzakken van PostNL had om later die dag te bezorgen.

4.4.

[verzoekster] betwist niet dat op 4 januari 2025 een incident tussen haar en [naam 5] heeft plaatsgevonden. Hoewel zij erkent en betreurt dat zij [naam 5] een duw heeft gegeven waardoor [naam 5] letsel heeft opgelopen, vindt zij dat werkgevers de feiten erg aandikken. Volgens [verzoekster] zijn de gebeurtenissen op 4 januari 2025 (en de dagen daarna) te wijten aan haar psychische toestand. Zij heeft jarenlang lange werkdagen gemaakt, een hoge werkdruk ervaren en nauwelijks vakantiedagen opgenomen. Hierdoor heeft zij mentale problemen gekregen die zich met name uiten in angst- en paniekaanvallen. Doordat vanuit het management van haar werkgevers druk op haar werd uitgeoefend en eenzijdig afspraken over de te verrichten werkzaamheden werden gewijzigd, zijn deze problemen verergerd. Ook was sprake van pest- en treitergedrag van managers, aldus [verzoekster] . Door het contact tussen haar en haar leidinggevenden op 4 januari jl. over de gegeven instructies, waarbij zij door [naam 3] per e-mail op non-actief werd gesteld en [naam 3] later tijdens een telefoongesprek de verbinding verbrak, heeft [verzoekster] een angstaanval gekregen. In die toestand is zij in paniek weggereden toen [naam 5] haar kwam zoeken in de wijk waar [verzoekster] op dat moment aan het werk was voor PostNL Pakketten en heeft zij [naam 5] uiteindelijk een duw gegeven.

4.5.

De kantonrechter overweegt als volgt. Verwijtbaarheid van de werknemer is geen vereiste bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden. Het gaat om de aard van de dringende reden en een weging van alle omstandigheden. De stelling van [verzoekster] dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van de gebeurtenissen op 4 januari 2025, omdat deze zich hebben voorgedaan als gevolg van haar psychische gesteldheid, kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat geen sprake was van een dringende reden. Deze omstandigheid weegt echter wel mee bij de beoordeling of het ontslag op staande voet proportioneel is.

4.6.

Vast staat dat [verzoekster] al langere tijd psychische problemen heeft die zich met name uiten in angst- en paniekaanvallen. In het voorjaar van 2024 had zij daarom onder meer contact met 113 (zelfmoordpreventie). Haar mentale problemen, in combinatie met de (door partijen gedeelde constatering) dat haar werk haar leven is, zorgt ervoor dat [verzoekster] alles wil doen om ervoor te zorgen dat de inwoners van [plaats] hun post op tijd krijgen.

Beide werkgevers waren op de hoogte van de psychische gesteldheid van [verzoekster] en hebben daar met haar over gesproken. Volgens PostNL heeft zij verschillende keren hulp aangeboden aan [verzoekster] , maar is die hulp in eerste instantie steeds afgehouden. PostNL heeft vervolgens eind 2024 toegezegd haar medewerking te verlenen aan psychische interventie. Vanwege het ontslag op staande voet is dit hulpverleningstraject echter niet tot stand gekomen; [verzoekster] is kort na de gebeurtenissen begin januari jl. enkele maanden opgenomen geweest in de crisisopvang.

4.7.

Begin 2024 heeft PostNL aangekondigd dat zij zich met het oog op de al jaren teruglopende postvolumes in combinatie met de veranderingen van de Postwet genoodzaakt zag al haar bestaande bezorgwijken en de toebedeling daarvan aan haar postbezorgers in Nederland kritisch tegen het licht te houden met als doel tot logischere bezorgwijkindelingen te komen. In dit kader is vervolgens project Logisch Bezorgen gestart op basis waarvan er in heel Nederland diverse bezorgwijken zijn geoptimaliseerd.

Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat het project Logisch Bezorgen het begin was van een langdurige discussie tussen [verzoekster] en PostNL die bij [verzoekster] voor veel stress heeft gezorgd. Hierbij hebben haar mentale problemen duidelijk een rol gespeeld. [verzoekster] was het niet eens met de in dat kader voorgestelde wijzigingen, waardoor een aantal adressen in [plaats] (haar woonplaats) niet langer onder haar verantwoordelijkheid zou vallen. Zij ging erg ver om PostNL ervan te overtuigen niets te veranderen in haar bezorgwijken. Zo heeft zij op enig moment aan PostNL laten weten dat zij bereid was om € 70.000,00 te betalen om zo een bezorgwijk van een collega af te kopen en zelf die wijk te kunnen (blijven) bedienen. PostNL bood [verzoekster] aan dat iemand met haar mee zou lopen op haar ronde om te zien of de herindeling al of niet logisch werkte. [verzoekster] heeft in dat verband tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij meerdere malen aan PostNL heeft gevraagd hoe het opgelost zou worden als zij op straat een paniekaanval zou krijgen op het moment dat een collega in het kader van het traject Logisch Bezorgen met haar zou meelopen. Doordat zij daar geen (bevredigend) antwoord op heeft gekregen heeft het meelopen uiteindelijk niet plaatsgevonden, aldus [verzoekster] , en is de discussie tussen haar en PostNL blijven doorlopen.

4.8.

[naam 2] (Manager People bij PostNL) heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [naam 3] op 4 januari 2025, voordat zij [verzoekster] in de wijk ging zoeken, tegen hem heeft gezegd dat ze “het gevoel had dat het uit de hand zou gaan lopen”. In de gegeven omstandigheden, waarbij PostNL wist van de psychische gesteldheid van [verzoekster] en het gevoel had dat de situatie zou gaan escaleren, had zij op dat moment [verzoekster] niet op moeten zoeken. [naam 3] heeft er echter voor gekozen om de wijk in te gaan om [verzoekster] nogmaals te instrueren de postzak af te geven, waarna de situatie, zoals zij van tevoren al vermoedde, is geëscaleerd. Hoewel [verzoekster] redelijke instructies van haar werkgever(s) moet opvolgen, had PostNL in dit geval voor een minder confronterende manier van terechtwijzen kunnen kiezen. Dan was de situatie waarschijnlijk niet zo uit de hand gelopen. Om [verzoekster] vervolgens op basis van die geëscaleerde situatie op staande voet te ontslaan is naar het oordeel van de kantonrechter disproportioneel, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] . Het ontslag is daarom niet rechtsgeldig gegeven en de kantonrechter zal haar verzoek om vernietiging van het ontslag op staande voet toewijzen.

[verzoekster] heeft recht op betaling van loon

4.9.

[verzoekster] heeft recht op loon voor de periode vanaf de datum van het ontslag op staande voet tot het moment dat de arbeidsovereenkomsten rechtsgeldig eindigen. Haar verzoek tot doorbetaling van haar loon zal daarom worden toegewezen.

4.10.

De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat PostNL en PostNL Pakketten te laat hebben betaald.

Geen wedertewerkstelling

4.11.

Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen in het kader van het (voorwaardelijke) verzoek van werkgevers om ontbinding van de arbeidsovereenkomsten is terugkeer van [verzoekster] naar de werkvloer in de gegeven omstandigheden niet mogelijk. De kantonrechter zal het verzoek van [verzoekster] om wedertewerkstelling daarom afwijzen.

De arbeidsovereenkomsten worden ontbonden

4.12.

Nu is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd, is de voorwaarde waaronder PostNL en PostNL Pakketten het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomsten hebben gedaan, vervuld. De kantonrechter zal daarom dat voorwaardelijke verzoek beoordelen. Als wordt ontbonden moet vervolgens beoordeeld worden of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . In dat geval hoeft de kantonrechter de opzegtermijnen niet in acht te nemen en heeft [verzoekster] geen recht op de wettelijke transitievergoeding.

4.13.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

4.14.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van het ontslag op staande voet is ontbinding op de e-grond (ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer) in dit geval niet aan de orde. Wel is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsovereenkomsten kunnen worden ontbonden op grond van de g-grond (verstoorde arbeidsrelatie). Hiertoe overweegt zij het volgende.

4.15.

Voor de toepassing van de g-grond is niet vereist dat sprake is van enige mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. De omstandigheid dat de werkgever van het ontstaan of voortbestaan van de verstoring in de arbeidsverhouding een verwijt kan worden gemaakt staat evenmin aan ontbinding op de g-grond in de weg.

4.16.

Uit de processtukken en het verhandelde ter zitting kan vastgesteld worden dat het vertrouwen tussen partijen verloren is gegaan. Niet valt in te zien dat partijen nog met elkaar kunnen samenwerken. De gebeurtenissen in januari 2025 hebben gezorgd voor een gevoel van onveiligheid onder de medewerkers en een onherstelbare breuk in het vertrouwen van werkgevers in [verzoekster] . Uit de door [verzoekster] overgelegde producties blijkt weliswaar dat de postontvangers (de inwoners van [plaats] ) ‘hun’ postbezorger [verzoekster] op handen dragen, steunen en vertrouwen in haar hebben, maar bij de beoordeling in deze procedure gaat het om de arbeidsrelatie tussen [verzoekster] en haar werkgever(s).

[verzoekster] wil heel graag haar werk als post- en pakketbezorger - zo nodig na mediation - hervatten. In de gegeven omstandigheden ziet de kantonrechter echter niet in dat de verhoudingen nog verbeterd kunnen worden en de arbeidsovereenkomsten nog zinvol kunnen worden voortgezet. Naar het oordeel van de kantonrechter is de verstoring van de arbeidsverhouding onherstelbaar en is herplaatsing van [verzoekster] in de gegeven omstandigheden, mede gelet op haar psychische problemen, niet meer mogelijk. Het is goed denkbaar dat [verzoekster] zich wederom niet zal houden aan instructies van haar werkgever(s) indien deze naar haar mening het belang van de postontvangers schaden. De verstoring van de arbeidsverhouding is ook zodanig, dat van PostNL en PostNL Pakketten in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomsten te laten voortduren. De arbeidsovereenkomsten zullen daarom worden ontbonden.

4.17.

De kantonrechter oordeelt weliswaar dat sprake is van een grond om de arbeidsovereenkomsten te ontbinden, die feiten en omstandigheden brengen in dit geval echter niet mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst grotendeels het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoekster] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt.

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde verhouding is niet overwegend aan een van partijen te wijten. Er is geen sprake geweest van een ernstige schending door een van partijen van hun verplichtingen uit de arbeidsovereenkomsten of van andere gedragingen die als ernstig verwijtbaar moeten worden aangemerkt. Dat geoordeeld is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, doet daar niet aan af. Het gaat hier om een andersoortige (ernstige) verwijtbaarheid, namelijk één die heeft bijgedragen aan verstoring van de arbeidsverhouding, en daar is geen sprake van.

4.18.

Beide arbeidsovereenkomsten worden met inachtneming van de opzegtermijnen en de duur van deze procedure ontbonden per 1 juli 2025. Dit betekent dat [verzoekster] tot die datum nog recht heeft op betaling van haar salaris door PostNL en PostNL Pakketten.

[verzoekster] heeft recht op de transitievergoeding

4.19.

In geval de ontbinding op verzoek van de werkgever wordt uitgesproken heeft de werknemer aanspraak op de wettelijke transitievergoeding. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [verzoekster] zullen PostNL en PostNL Pakketten worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding. Met 1 juli 2025 als datum van uitdiensttreding heeft de kantonrechter de vergoedingen berekend op € 6.527,48 bruto (te betalen door PostNL) en € 401,94 bruto(te betalen door PostNL Pakketten).

4.20.

De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoedingen wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 augustus 2025.

De billijke vergoeding

4.21.

Het verzoek van [verzoekster] om een billijke vergoeding in het geval van toewijzing van het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomsten wordt afgewezen. Gelet op de wet is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. Zoals hiervoor reeds is overwogen is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van één van partijen.

De verzochte voorlopige voorziening wordt afgewezen

4.22.

Het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen voor de duur van de procedure. Deze procedure is echter al geëindigd, nu een beslissing wordt genomen op de verzoeken van [verzoekster] en van PostNL en PostNL Pakketten in de bodemprocedure.

De proceskosten worden gecompenseerd

4.23.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide op punten ongelijk krijgen en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

vernietigt het ontslag op staande voet,

5.2.

veroordeelt PostNL tot betaling aan [verzoekster] van het gebruikelijke loon (volgens de cao) vanaf 10 januari 2025 tot 1 juli 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met de wettelijke rente daarover steeds vanaf de afzonderlijke vervaldata tot aan de dag van de gehele betaling,

5.3.

veroordeelt PostNL Pakketten tot betaling aan [verzoekster] van het gebruikelijke loon (volgens de cao) vanaf 10 januari 2025 tot 1 juli 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover steeds vanaf de afzonderlijke vervaldata tot aan de dag van de gehele betaling,

5.4.

ontbindt de tussen [verzoekster] en PostNL gesloten arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2025,

5.5.

ontbindt de tussen [verzoekster] en PostNL Pakketten gesloten arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2025,

5.6.

veroordeelt PostNL om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 6.527,48 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.7.

veroordeelt PostNL Pakketten om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 401,94 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.8.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.9.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025

41245 \ 693

Artikel 7:677 lid 1 BW Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:860 (Divi Phoenix) Artikel 7:669 lid 3 BW. Artikel 7:669 lid 1 BW. O.g.v. artikel 7:671b lid 9 sub a BW moet een termijn van tenminste één maand resteren. Artikel 7:671b lid 9 sub c BW. Zie Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34. Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.