Civiel recht overig
Verzoek van werkgever tot betaling van een vergoeding op grond van 7:677 lid 2 BW afgewezen.
Rechtbank Gelderland, 3 april 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:2578 · Rechtbank Gelderland · 3 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2025-2578
Zaakgegevens
Op 3 april 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 3 april 2025
- Datum publicatie
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- 11502207
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:2578
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek van werkgever tot betaling van een vergoeding op grond van 7:677 lid 2 BW afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer / rekestnummer: 11502207 \ HA VERZ 25-5
Beschikking van 3 april 2025
in de zaak van
HANOS DOETINCHEM B.V.,
te Doetinchem,
verzoekende partij,
hierna te noemen: HANOS,
gemachtigde: mr. M.P.A. Bos,
tegen
[verweerder] ,
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. E.H. Copini.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 6 maart 2025, ter gelegenheid waarvan de gemachtigden van beide partijen spreekaantekeningen hebben voorgedragen en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig met de andere zaak behandeld.
De beschikking in deze en in de andere zaak is bepaald op vandaag.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
[verweerder] is op 27 juni 2022 bij HANOS in dienst getreden in de functie van medewerker food.
HANOS heeft [verweerder] op 20 november 2024 op staande voet ontslagen.
3 Het verzoek en het verweer
HANOS verzoekt de kantonrechter - samengevat - [verweerder] te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 3.499,20 bruto, vermeerderd met rente en kosten.
Aan het verzoek heeft HANOS het volgende ten grondslag gelegd. [verweerder] heeft HANOS een dringende reden gegeven voor ontslag op staande voet. HANOS maakt daarom in deze procedure aanspraak op de vergoeding als bedoeld in artikel 7:677 lid 2 BW.
[verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.
4 De beoordeling
In de beschikking in de andere zaak heeft de kantonrechter, het ontslag op staande voet van 20 november 2024 vernietigd.
Dat betekent dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:677 lid 2 BW, zodat het verzoek zal worden afgewezen.
HANOS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [verweerder] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal HANOS niet worden veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten. De proceskosten van [verweerder] worden vastgesteld en begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
543,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
119,00 |
|
|
Totaal |
€ |
662,00 |
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst het verzoek af;
veroordeelt HANOS in de proceskosten van € 662,00.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025. |
||