Verbintenissenrecht
KG ontruiming huurwoning. Verstek. Huurovereenkomst voor bepaalde tijd is van rechtswege geëindigd. Huurder…
Rechtbank Gelderland, 2 december 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:9398 · Rechtbank Gelderland · 2 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbgel-2024-9398
Zaakgegevens
Op 2 december 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 2 december 2024
- Datum publicatie
- 23 december 2024
- Zaaknummer
- 11360602 \ VV EXPL 24-133
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:9398
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
KG ontruiming huurwoning. Verstek. Huurovereenkomst voor bepaalde tijd is van rechtswege geëindigd. Huurder verblijft zonder recht of titel in het gehuurde. Vordering wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11360602 \ VV EXPL 24-133
Vonnis in kort geding van 2 december 2024
in de zaak van
2 DE STICHTING ‘STICHTING EDE PROPERTY,
gevestigd te Ede,
hierna tezamen te noemen: eiseressen,
gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 25 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Tot slot is vonnis bepaald.
2 De feiten
Eiseressen, Ede Woningen c.v. en Stichting Ede Property, zijn eigenaar van het complex, gelegen aan de [adressen 1] , [adressen 2] en [adressen 3] , bestaande uit 62 zorg-/maatschappelijke woningen en overige algemene en ondersteunende ruimten (hierna: het complex). Op 24 december 2020 hebben eiseressen als verhuurders en [bedrijf 1] als huurder, een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot het complex.
Vervolgens heeft [bedrijf 1] , als (onder)verhuurder met [gedaagde] een (onder)huurovereenkomst gesloten, voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271 lid 1 BW (oud) voor de duur van 2 jaar, te weten van 1 september 2022 en tot en met 31 augustus 2024.
De tussen eiseressen (tezamen als verhuurder) en [bedrijf 1] (als huurder) bestaande huurovereenkomst is met wederzijds goedvinden beëindigd per 31 december 2022. De lopende (onder)huurovereenkomsten met bewoners (onder)huurders, waaronder [gedaagde] , zijn daarbij door eiseressen overgenomen van [bedrijf 1] als verhuurder.
De beheerder van eiseressen heeft op 7 juni 2024 een brief aan [gedaagde] gestuurd waarin [gedaagde] wordt geïnformeerd over het van rechtswege eindigen van de huurovereenkomst per 31 augustus 2024. Hij verzoekt [gedaagde] het gehuurde per 31 augustus 2024 op te leveren. Deze brief heeft [gedaagde] op 8 juni 2024 ontvangen. [gedaagde] heeft de woning niet ontruimd en opgeleverd.
Op 10 oktober 2024 stuurt de gemachtigde van eiseressen een brief aan [gedaagde] waarin [gedaagde] wordt gesommeerd het gehuurde alsnog op te leveren, aan welke sommatie [gedaagde] tot op heden niet heeft voldaan.
3 De vordering
Eiseressen vorderen, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde aan de [adres gehuurde] , met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Eiseressen leggen aan de vordering ten grondslag dat de huurovereenkomst tussen partijen van rechtswege is geëindigd, aangezien sprake was van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd en zij [gedaagde] tijdig hebben geïnformeerd over de einddatum. [gedaagde] heeft het gehuurde echter niet opgeleverd en verblijft op dit moment zonder recht of titel in het gehuurde. Eisers hebben een spoedeisend belang bij hun vordering, omdat zij het complex waarin het gehuurde zich bevindt, moeten opleveren aan de nieuwe huurder, [bedrijf 2] .
4 De beoordeling
Het spoedeisend belang
De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres van [gedaagde] . Hij is niet verschenen in deze procedure, zodat tegen hem verstek wordt verleend.
De ontruiming
Nu tegen [gedaagde] verstek wordt verleend worden de vorderingen die niet zijn weersproken toegewezen behoudens voor zover deze de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
De met [gedaagde] gesloten huurovereenkomst voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van twee jaar, is overeenkomstig de van toepassing zijnde wetgeving rechtsgeldig tot stand gekomen. Die huurovereenkomst is van rechtswege geëindigd nu [gedaagde] tijdig, te weten eerder dan drie maanden, maar uiterlijk één maand voor afloop van de huurovereenkomst schriftelijk is geïnformeerd over het einde van de huurovereenkomst op 31 augustus 2024. [gedaagde] is immers bij brief van 7 juni 2024, door hem ontvangen op 8 juni 2024, geïnformeerd. Daarmee staat vast dat [gedaagde] vanaf 1 september 2024 zonder recht of titel in het gehuurde woont.
De gevorderde ontruiming is daarom niet onrechtmatig of ongegrond en zal worden toegewezen.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
135,97 |
|
|
- griffierecht |
€ |
130,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
543,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
135,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
943,97 |
De uitvoerbaar bij voorraadverklaring
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiseressen dat vorderen, daar ook belang bij hebben, en [gedaagde] daar geen verweer tegen heeft gevoerd. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5 De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres gehuurde] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van eiseressen zijn, en de sleutels af te geven aan eiseressen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 943,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024. |
||
498 \ 41245