Strafrecht overig

Wraking ongegrond, geen gronden aangevoerd.

Rechtbank Gelderland, 26 mei 2023

Zaakgegevens

Op 26 mei 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
26 mei 2023
Datum publicatie
12 juni 2023
Zaaknummer
C/05/418545 KG RK 23-383
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:3358
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking ongegrond, geen gronden aangevoerd.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/418545 / KG RK 23-383

Beslissing van

van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker],

wonende te Ruurlo

gemachtigde: J. Sloendregt

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. M.C.J. Heessels,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 19 april 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek is vermeld.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 96/235494-22, waarin verzoekster verdachte is.

2.2.

Verzoekster, zelf niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling van haar zaak op 19 april 2023, heeft, bij monde van haar gemachtigde, blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter, de rechtbank en de rechtspraak geen autoriteit hebben over de levende man en vrouw, zijnde verzoekster.

3 De beoordeling

3.1.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoekster die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2.

Een wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen de rechter of rechters die de betreffende zaak behandelen. Omdat geen enkele grond van het wrakingsverzoek is gericht tegen de rechter persoonlijk, heeft verzoekster naar het oordeel van de wrakingskamer niet onderbouwd dat in deze specifieke zaak sprake is van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid van de door haar gewraakte rechter. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Een wrakingsprocedure leent zich niet voor de wraking van de gehele rechtspraak.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen, voorzitter, mr. R.M.H. Pennings en mr. A.L.M. Steinebach – de Wit, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Roosma en in openbaar uitgesproken op

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.