Bestuursrecht overig

Naar het oordeel van de kantonrechter is de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het…

Rechtbank Groningen, 8 februari 2010

Zaakgegevens

Op 8 februari 2010 heeft de Rechtbank Groningen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
8 februari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
432563 BU VERZ 09-579
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGRO:2010:BM0988
E-mail

Samenvatting

Naar het oordeel van de kantonrechter is de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in dit geval niet voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Daaruit valt niet af te leiden dat de voetganger niet ongehinderd haar weg op de voetgangeroversteekplaats heeft kunnen vervolgen. Gezien de specifieke door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden is er in dit geval reden te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht, althans is er naar de overtuiging van de kantonrechter onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 432563 \ BU VERZ 09-579

CJIB-nummer: 129725112

d.d. 8 februari 2010

inzake

naam: betrokkene

adres: wonende te Groningen.

Verloop van de procedure

Bij brief van 18 augustus 2009, ontvangen op 21 augustus 2009, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, gegeven op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), met bovengenoemd CJIB-nummer.

Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is behandeld ter zitting van 18 januari 2010. Betrokkene is verschenen. Namens de officier van justitie is verschenen A.J. Rijks, werkzaam bij de CVOM.

De gedraging

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd ter zake van de gedraging: voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan.

De standpunten van partijen

Betrokkene heeft (zakelijk weergegeven) aangevoerd dat de gedraging zoals opgenomen in proces-verbaal en de brieven van het CJIB niet letterlijk overeenkomen. De voetganger in kwestie was volgens betrokkene reeds voorgegaan op de weghelft. Deze bevond zich toen betrokkene het zebrapad naderde reeds op de andere weghelft en was bezig de oversteek te voltooien. Verder was er niemand die aanstalten maakte om over te steken. Betrokkene heeft naar zijn mening derhalve niemand gehinderd of in gevaar gebracht.

De vertegenwoordiger van het openbaar ministerie heeft de kantonrechter verzocht het beroep van betrokkene ongegrond te verklaren en ter zitting aangevoerd dat een voetganger ongehinderde doorgang moet worden verleend. Ook het Gerechtshof Leeuwarden (in haar uitspraak van 18 september 2002, gepubliceerd onder AE 8125) heeft hier in dit verband op gewezen. Hij ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene had iets meer geduld moeten hebben met optrekken.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Het beroep is ontvankelijk nu het tijdig is ingesteld en zekerheid is gesteld.

Artikel 49, tweede lid, Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) houdt in: "Bestuurders moeten voetganger en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan."

Uit de nota van toelichting op artikel 49 van het RVV 1990 blijkt dat onder de term 'voor laten gaan' moet worden verstaan dat de voetganger ongehinderd door de bestuurder zijn weg op de voetgangersoversteekplaats moet kunnen vervolgen (zie ook Gerechtshof Leeuwarden AE 8125, 18 september 2002).

Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal blijkt dat 'de voetganger bezig was met oversteken op voetgangersoversteekplaats en betrokkene pal achter de dame langsreed.'

Naar het oordeel van de kantonrechter is de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in dit geval niet voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Daaruit valt niet af te leiden dat de voetganger niet ongehinderd haar weg op de voetgangeroversteekplaats heeft kunnen vervolgen. Gezien de specifieke door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden is er in dit geval reden te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht, althans is er naar de overtuiging van de kantonrechter onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt de oorspronkelijke beschikking en de beslissing van de officier van justitie en bepaalt dat het bedrag van de zekerheidstelling ad € 150,00 aan betrokkene dient te worden gerestitueerd.

Deze beslissing is gegeven door mr. F. de Jong, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2010.

Typ: bb

Verzonden op:

Indien het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of de opgelegde administratieve sanctie bedraagt meer dan € 70,00, kan tegen de beslissing hoger beroep worden ingesteld door binnen zes weken na de hiervoor vermelde datum van verzending een beroepschrift in te dienen bij dit gerecht (correspondentieadres: postbus ).

Het hoger beroep wordt behandeld door het gerechtshof te Leeuwarden.

Die procedure verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling kunt toelichten.