Bestuursrecht overig
Ongeldigverklaring rijbewijs; misbruik van alcohol; 3 keer aangehouden als bestuurder van motorrijtuig…
Rechtbank Haarlem, 18 augustus 2009
ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ7149 · Rechtbank Haarlem · 18 augustus 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-haarlem/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbhaa-2009-bj7149
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2009 heeft de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank HaarlemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- AWB 09/3202 en AWB 09/2706
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ7149
Samenvatting
Ongeldigverklaring rijbewijs; misbruik van alcohol; 3 keer aangehouden als bestuurder van motorrijtuig, waarvan de laatste keer op een bromfiets; aan de vereisten van de WVW94 en de Regeling eisen geschiktheid is voldaan.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09 - 3202 en AWB 09 - 2706
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 18 augustus 2009
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. G.J.M. van Spanje, advocaat te Amsterdam,
tegen:
de stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR),
verweerder.
Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en mr. M. Hekelaar, griffier.
Zitting: 18 augustus 2009
Verschenen: Eiser in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door mr. N.P. Mackintosh, werkzaam bij het CBR.
Het geschil betreft het besluit van 19 februari 2009, waarbij aan eiser is medegedeeld dat hij niet voldoet aan de eisen waaraan hij gezien het aan hem afgegeven rijbewijs moet voldoen en dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.
De voorzieningenrechter, gehoord partijen, is van oordeel dat in deze zaak nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling daarvan en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.
Bij mondelinge uitspraak van 18 augustus 2009 heeft de voorzieningenrechter het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Eisers grief dat het psychiatrisch onderzoek te kort heeft geduurd en daarom niet ten grondslag kan worden gelegd aan het besluit, treft geen doel.
In het verslag van bevindingen van psychiater N. van Loenen, waarin deze onder meer met toepassing van de criteria van de DSM-IV-TR heeft geconcludeerd tot de diagnose: misbruik van alcohol in ruime zin, zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het psychiatrisch onderzoek niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Dat het onderzoek beweerdelijk slechts tien minuten heeft geduurd leidt niet zonder meer tot de conclusie dat de uitkomst van het onderzoek niet betrouwbaar genoeg is om te dienen als grondslag voor het besluit.
Daaraan doet evenmin af dat, naar eiser heeft aangevoerd, het DSM-systeem niet een diagnostisch systeem is. Voor het stellen van de uiteindelijke diagnose zijn immers niet alleen de criteria volgens de DSM-classificatie van belang, maar met name ook de overige onderdelen van het onderzoek, het laboratoriumonderzoek, de anamnese, het lichamelijk onderzoek en het psychiatrisch onderzoek.
Eisers grief dat hij reeds met een rijontzegging van 9 maanden en een boete van € 500,- voldoende is gestraft treft evenmin doel. Het gaat in casu immers niet om een strafrechtelijke sanctie, maar om een bestuursrechtelijke maatregel met het oog op de verkeersveiligheid.
Naar verweerder terecht naar voren heeft gebracht leidt de uitkomst van het psychiatrisch onderzoek gezien de wettelijke bepalingen zonder meer tot het ongeldig verklaren van het rijbewijs.
Eisers redenering dat de wettelijke bepalingen niet op hem van toepassing zijn, omdat hij bij de laatste aanhouding op een bromfiets reed (en niet een auto bestuurde) volgt de voorzieningenrechter niet. Eiser is op 27 september 2008 aangehouden, terwijl hij een motorrijtuig bestuurde, waarbij een ademalcoholgehalte van 1075 ug/l is geconstateerd. Bij eerdere aanhoudingen van eiser – geboren op 7 februari 1984 – is op 23 juni 2006 en op 30 januari 2005 een ademalcoholgehalte van 130 ug/l respectievelijk van 325 ug/l geconstateerd. Voorts heeft hij onlangs verplicht aan een EMA deelgenomen. Aan de vereisten voor de toepassing van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling eisen geschiktheid 2000 is dan ook zonder meer voldaan.
Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel gaat niet op omdat het in de zaak waarnaar hij heeft verwezen - nog afgezien van de vraag of de betrokkene inderdaad was aangehouden op een snorfiets, bromfiets of brommobiel - ging om één enkele aanhouding, en er derhalve geen sprake is van een gelijk geval.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat uitsluitend voorzover het de hoofdzaak betreft hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.