Personen- en familierecht

Personen- en familierecht; procesrecht; oproepen van bewindvoerder in het geding. Artt. 1. 441 en 439 lid 1…

Rechtbank Haarlem, 9 september 2010

Zaakgegevens

Op 9 september 2010 heeft de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
9 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 464571 / CV EXPL 10-3381
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5484
E-mail

Samenvatting

Personen- en familierecht; procesrecht; oproepen van bewindvoerder in het geding. Artt. 1. 441 en 439 lid 1 BW. Ktr: Hoewel eiseres niet kan worden verweten dat zij wegens onbekendheid met de bewindvoering de onderbewindgestelde in persoon heeft gedagvaard, was zij niettemin verplicht om de bewindvoerder alsnog in het geding op te roepen, toen zij daartoe door de ktr. in de gelegenheid werd gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 464571 / CV EXPL 10-3381

datum uitspraak: 9 september 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

UPC Nederland B.V.

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen UPC

gemachtigde deurwaarder F.J.M. van der Meer

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder

[bewindvoerder] te [woonplaats]

De procedure

UPC heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop is [gedaagde] verschenen.

Omdat vervolgens bleek dat [gedaagde] bij beschikking van 8 maart 2010 van deze rechtbank, sector en locatie, onder bewind was gesteld, is UPC bij rolbeschikking van 20 mei 2010 in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder (alsnog) in het geding op te roepen.

Hoewel UPC daaraan geen gevolg heeft gegeven is de bewindvoerder op eigen initiatief in het geding verschenen en is geantwoord op de vordering.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De vordering

UPC vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan UPC te betalen de somma van € 549,97 met (verdere) rente en kosten.

De beoordeling van het geschil

Procedureel.

UPC heeft ten onrechte nagelaten de bewindvoerder in het geding op te roepen, nadat zij daartoe in de gelegenheid was gesteld.

Voorop gesteld moet worden dat de wet ervan uitgaat dat de bewindvoerder als formele procespartij in het geding moet worden betrokken. Weliswaar kan UPC, die onbetwist geen kennis droeg van de bewindvoering, niet worden verweten dat zij aanvankelijk [gedaagde] in persoon heeft gedagvaard, maar dat neemt niet weg dat zij gehouden was om de bewindvoerder in het geding op te roepen, nadat de noodzaak daartoe was gebleken.

Omdat de bewindvoerder op de daartoe aangewezen dag alsnog op eigen initiatief in het geding is verschenen, is UPC echter toch ontvankelijk te achten in haar vordering.

Inhoudelijk.

De vordering is niet, althans onvoldoende weersproken en moet daarom worden toegewezen.

Dat [gedaagde] inmiddels is ‘aangemeld’ voor schuldhulpverlening kan daaraan niet afdoen.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.

Beslissing

[gedaagde] wordt veroordeeld om aan UPC te betalen de somma van € 549,97 met de wettelijke rente over € 424,70 vanaf de dag dat gedagvaard is tot de dag dat alles betaald is.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van UPC tot op heden begroot op € 338,89, waarvan € 100,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.