Bestuursrecht overig

Verzoek om openbaarmaking van het conceptrapport van de onderzoekscommissie. De rechtbank is van oordeel dat…

Rechtbank Limburg, 13 november 2015

Zaakgegevens

Op 13 november 2015 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
13 november 2015
Datum publicatie
12 november 2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 3453u
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2015:9521
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om openbaarmaking van het conceptrapport van de onderzoekscommissie. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn motivering, dat toekomstige onderzoekscommissies niet meer goed kunnen functioneren wanneer déze conceptrapportage openbaar zal worden gemaakt, niet heeft voldaan aan de voorwaarden in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. Verweerder heeft met die motivering immers onvoldoende onderbouwd aannemelijk gemaakt dat sprake is van (onevenredig) nadeel of (onevenredige) bevoordeling.

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB/ROE 14/3453

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2015 in de zaak tussen

Media Groep Limburg B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.L.J.E. Koster),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, verweerder

(gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat).

Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder een verzoek van eiseres tot openbaarmaking van de conceptrapportage van 28 februari 2012 (de conceptrapportage) van de rapportage met de naam ‘ [naam rapport] ’ van 18 maart 2012 door mr. [naam] en prof. Dr. [naam] (de commissie [naam] / [naam] ) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen.

Tegen het primaire besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. In het bezwaarschrift heeft zij verweerder verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep. Verweerder heeft hiermee ingestemd en het bezwaarschrift op de voet van artikel 7:1a, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan de rechtbank doorgezonden. Het bezwaarschrift is door de rechtbank als beroepschrift in behandeling genomen. Het primaire besluit wordt verder aangeduid als het bestreden besluit.

Verweerder heeft de conceptrapportage aan de rechtbank doen toekomen met daarbij de mededeling dat uitsluitend de rechtbank ervan kennis zal mogen nemen. De rechtbank heeft beslist dat de aldus verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Eiseres heeft met betrekking tot de conceptrapportage toestemming, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, verleend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Voormalig wethouder [naam] ( [naam] ) heeft naar aanleiding van de schriftelijk geboden gelegenheid tot deelname als derde-partij aan deze procedure, aangegeven dat hij niet als derde-partij betrokken wil worden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2015. Eiseres is verschenen bij zijn gemachtigde. Verder zijn namens eiseres verschenen [naam] en [naam] . Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam] .

Overwegingen

1. Eiseres heeft op 18 juni 2014 op basis van de Wob verzocht om toezending van de conceptrapportage. De commissie [naam] / [naam] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2. Het verzoek van eiseres is bij het primaire besluit afgewezen op basis van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob.

3. Een extern onderzoek, gelast door de voormalige burgemeester van Roermond [naam] , heeft geleid tot het rapport ‘ [naam rapport] ’ van 18 maart 2012. Volgens eiseres heeft [naam burgemeester] tegen [naam] , werkzaam als journalist bij eiseres, gezegd dat hij geprobeerd heeft het woord ‘belangenverstrengeling’ uit de rapportage te krijgen. Eiseres wenst aan de hand van de conceptrapportage te beoordelen of aanvankelijke conclusies van de commissie [naam] / [naam] in de definitieve rapportage zijn veranderd of genuanceerd.

4. Verweerder heeft de weigering om de conceptrapportage openbaar te maken gebaseerd op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. De conceptrapportage moet vertrouwelijk blijven vanwege het goed functioneren van de overheid; in dit geval de gemeente Roermond. Indien conceptrapporten als deze openbaar worden gemaakt, belemmert dat een onderzoekscommissie in het goed functioneren. Het zal er toe leiden dat onderzoekscommissies voorzichtiger worden. In die zin is dit ook een belemmering van het goed functioneren van de overheid, aldus verweerder.

5. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

6. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Wob wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder bestuurlijke aangelegenheid verstaan: een aangelegenheid die betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

7. De rechtbank overweegt dat voor een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob sprake moet zijn van het bestaan van nadeel of bevoordeling, dat aannemelijk moet worden gemaakt dat dit nadeel of deze bevoordeling onevenredig zijn en tenslotte moet het belang bij het voorkomen van onevenredig nadeel of onevenredige bevoordeling tegen het algemene of publieke belang bij informatieverstrekking worden afgewogen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn motivering, dat toekomstige onderzoekscommissies niet meer goed kunnen functioneren wanneer déze conceptrapportage openbaar zal worden gemaakt, niet heeft voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarden. Verweerder heeft met die motivering immers onvoldoende onderbouwd aannemelijk gemaakt dat sprake is van (onevenredig) nadeel of (onevenredige) bevoordeling. Bij ieder afzonderlijk verzoek tot openbaarmaking zal immers een afweging dienen plaats te vinden aan de hand van de inhoud en de specifieke omstandigheden. Openbaarmaking van het conceptrapport schept dan ook geen precedent. Verweerder heeft, buiten het belang van het goed functioneren van de overheid, geen onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden benoemd. Voor zover verweerder in zijn motivering heeft gedoeld op benadeling van de commissie [naam] / [naam] stelt de rechtbank vast dat deze commissie geen zienswijze heeft ingediend. Bovendien kan het van een commissie als deze worden gevergd de aanpassingen die zijn doorgevoerd in het definitieve rapport te motiveren.

8. Verweerder heeft voorts ter onderbouwing verwezen naar onderstaande passage uit de Memorie van Antwoord, 19859, TK 1987-1988, nr. 6, p. 16:

“De leden van de fractie van D66 meenden voorts dat de stelling niet juist is dat een conceptadvies, dat van een niet-ambtelijke adviescommissie ter verificatie door een overheidsorgaan is ontvangen, niet op dat moment reeds op grond van de WOB openbaar behoeft te worden gemaakt. Wij delen deze opvatting niet.

In de memorie van toelichting is aangegeven dat het voorstel zelf in navolging van de WOB ten aanzien van adviezen een bijzondere openbaarheidsregeling kent. Deze voorziet uitdrukkelijk in het moment waarop deze adviezen openbaar gemaakt moeten worden. Een conceptadvies is nog geen advies in de zin van artikel 9 van het wetsvoorstel. Uit dien hoofde wordt zo'n concept dan ook niet openbaar gemaakt.

Van «misbruik van de WOB», zoals deze leden stellen, is onzes inziens geen sprake. Wij beschouwen het opzenden van een conceptrapport ter verificatie - de Algemene Rekenkamer pleegt zo te handelen - als een verantwoorde handelwijze teneinde feitelijke fouten en misstellingen in het definitieve rapport te voorkomen.”

Deze passage ziet op artikel 9 van de Wob. Artikel 9 van de Wob ziet op adviezen die worden uitgebracht met het oog op te vormen beleid. Adviezen die niet zien op te vormen beleid vallen niet onder artikel 9 van de Wob. De conceptrapportage heeft geen betrekking op te vormen beleid en artikel 9 van de Wob is daarop dan ook niet van toepassing. Voor zover verweerder analoge toepassing van de hierboven geciteerde passage heeft beoogd, volgt uit de woorden “niet op dat moment” dat deze ziet op het moment dat een concept ter verificatie voorligt. De passage zegt niets over openbaarmaking van een concept op het moment dat er reeds sprake is van een definitief rapport, waarvan in de voorliggende zaak sprake is.

9. Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluiten wordt vernietigd. De rechtbank ziet reden zelf in de zaak te voorzien door het beroep van eiseres gegrond te verklaren en te bepalen dat verweerder alsnog openbaar dient te maken: de conceptrapportage van de Commissie [naam] - [naam] van 28 februari 2012. Hierbij tekent de rechtbank aan dat in de conceptrapportage op pagina’s 33 en 34 diverse bedragen zijn genoemd die betrekking hebben op de getaxeerde waarde van een kantoorpand aan [straatnaam] . Omdat het verzoek van eiseres niet specifiek op deze gegevens ziet, kan verweerder er voor kiezen om deze bedragen niet openbaar te maken.

10. De rechtbank zal, op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, bepalen dat deze uitspraak in de plaatst treedt van het bestreden besluiten dat wordt vernietigd.

11. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat verweerder de conceptrapportage Commissie [naam] / [naam] van 28 februari 2012 openbaar dient te maken eventueel met uitzondering van de onder rechtsoverweging 9 genoemde gegevens;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 980,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.P. Letschert, rechter, in aanwezigheid van B.H.M. Moonen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2015.

w.g. B. Moonen,

griffier

w.g. A.W.P. Letschert,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 13 november 2015

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.